Mondelinge vraag 16 januari 2019 over bezit laders

Informatie
Parlement: 
Kamer
Datum: 
don, 17/01/2019
Vraagsteller: 
Koenraad De Groote
Vindplaats/bron: 
Doelgroep: 
Algemeen
Vraag: 

03.01 Koenraad Degroote (N-VA): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, mijn eerste vraag was een schriftelijke vraag die werd omgezet in een mondelinge vraag omdat de termijn verstreken was. Deze gaat over de laders. Mijn tweede vraag diende ik nadien in en gaat over de amnestie.

Samen met de nieuwe verplichting tot een vergunning voor laders van munitie werd er ook een overgangsregeling aangekondigd, voor de vergunningsplicht. Die zou gemakkelijk en gratis zijn. Maar toch blijkt in de praktijk niet alles zo vlot te verlopen. Om een volledig beeld hiervan te krijgen, had ik graag een aantal vragen beantwoord gezien.

Over hoeveel aanvragen tot vergunning en erken­ning van laders gaat het sinds de afkondiging van de nieuw wet?

Kunt u mij vertellen hoeveel beroepen er zijn ingediend en hoeveel daarvan al dan niet positief werden behandeld?

Mijn tweede vraag gaat algemener over het resultaat van de amnestie.

De amnestieperiode, ingevoerd bij wet van 7 januari 2018, liep eind vorig jaar af. Midden september gaf u ter zake nog een stand van zaken. Op dat moment was het aantal aangiftes van illegale wapens eerder teleurstellend. Het ging over 8 687 illegale laders, wapens en munitie. Dit is maar een kleine fractie van het grote aantal – minstens 200 000 – illegale wapens die in ons land circuleren.

Kunt u mij de complete resultaten geven van deze actie? Hoeveel illegale wapens, munitie en laders werden er afgestaan? Hoeveel aanvragen tot vergunning en erkenning van laders hebt u ontvangen? Kunt u mij ook meer uitleg geven over de beroepen, zoals ook in de eerste vraag vermeld stond?

Ik dank u voor uw antwoord.

Antwoord: 

03.02 Minister Koen Geens: Mijnheer de Degroote, wat de statistieken betreft van de voorbije aangifteperiode - zowel voor vuurwapens, laders als munitie - moet ik u het antwoord nog even schuldig blijven. Het relevante uitvoeringsbesluit bepaalt dat de gouverneurs aan de minister van Justitie een verslag moeten uitbrengen. Op hun beurt moeten zij hiervoor eerst alle aangiftebewijzen van de lokale politiediensten verwerken. Dat zal wat tijd vergen.

Ook het aantal ingediende administratieve beroepen is nog niet gekend aangezien er de komende maanden nog nieuwe beroepen zullen volgen. Niettemin heb ik mij voorgenomen om nog dit voorjaar op eigen initiatief een rapport over de aangifteperiode aan het Parlement te bezorgen.

Mijnheer Degroote, ik moet de cijfers die u vermeldt wel wat nuanceren. Het aantal niet-vergunde vuurwapens in ons land kan niet geloofwaardig worden ingeschat. Tijdens de aangifteperiode van 2006 tot 2008 werden ongeveer 200 000 vuurwapens aangegeven. Daarom kunnen wij deze keer niet dezelfde aantallen verwachten, maar toch nog vele duizenden.

Specifiek met betrekking tot kogelladers wil ik erop wijzen dat de verstrengde wetgeving voor het gros van de wapenbezitters geen enkel gevolg met zich meebracht omdat zij automatisch de laders mogen blijven bezitten die horen bij hun vergunning, jachtverlof of sportschutterslicentie. Enkel wie laders verzamelt of er handel in drijft, diende daarvoor kosteloos aangifte te doen. Volgens voorlopige cijfers, waarbij nog niet alle provincies zijn meegeteld, ging het over slechts 414 aanvragen voor het hele land.

De controletaak van politiediensten en gouverneurs wordt niet sterk beïnvloed door de nieuwe regels over laders. Alleen personen die uitsluitend laders en geen vuurwapens verzamelen, moeten nu ook vijfjaarlijks worden gecontroleerd. Het betreft hoogstens enkele honderden personen. Een verstrenging van de wetgeving inzake laders deed dus absoluut geen grote administratieve werklast ontstaan - noch voor de wapenbezitters, noch voor de provincies of veiligheidsdiensten.

In het licht van die vaststellingen is de kritiek vanuit een bepaalde hoek van de wapenlobby des te onbegrijpelijker. De wetgeving heeft een belangrijke lacune gedicht die problemen stelde voor de openbare veiligheid.

Dat laders op zich ongevaarlijk zijn, zou men ook kunnen zeggen over vuurwapens of munitie. Ik stap niet mee in dergelijke redeneringen. Zonder laders zijn wapens onbruikbaar, dus lijkt het mij evident dat hun bezit moest worden gereguleerd. De nieuwe regels volgen trouwens grotendeels deze die al bestonden voor munitie.

Het was nodig om naast de verkoop ook het bezit van laders te omkaderen. Anders zouden we niet kunnen optreden tegen bevoorrading in het buitenland of tegen personen die beweren dat ze de laders al bezaten van voor de wetswijziging. Dankzij die beleidskeuze is een Belg die in het buitenland fysiek of via een webwinkel laders aankoopt, zonder dat hij daarvoor een wettige titel heeft, in ons land strafbaar.

Het is wel zorgwekkend dat er nu wordt beweerd dat Belgen laders via buitenlandse websites kunnen kopen zonder enige voorafgaande controle. We moeten absoluut vermijden dat de nieuwe regels op die manier gemakkelijker kunnen worden omzeild. Daarom wil ik samen met het College van de PG's bekijken op welke manier deze situatie kan worden verholpen.

Mijnheer Degroote, ik heb misschien voor een stuk geantwoord op vragen die u niet heeft gesteld omdat collega Terwingen ook nog vragen had gesteld. Het leek mij zuiverder om meteen heel mijn verhaal te vertellen eerder dan bepaalde dingen te vergeten.

03.03 Koenraad Degroote (N-VA): Dank u voor uw antwoord, mijnheer de minister. Ik betreur een beetje dat het cijfermateriaal nog niet voorhanden is. U zegt dat dat nog enige tijd zal vergen. Naar mijn oordeel zou dat toch tamelijk snel moeten kunnen. U kunt daar misschien zelf niet veel aan verhelpen, maar ik zou toch aandringen op enige spoed.

Het komt mij daardoor voor dat bepaalde elementen of bepaalde omstandigheden een soort rem inhouden. Men wordt tegengehouden om aangifte te doen. U spreekt over de wapenlobby, maar ik denk dat er met de sector van de vreedzame wapenbezitters misschien nog eens aan tafel moet worden gezeten om te kijken om een dergelijke amnestieperiode succesvoller te maken. Ik denk tussen de lijnen uit uw antwoord te mogen opmaken dat de amnestieperiode geen succes zal geweest zijn.

L'incident est clos.
Het incident is gesloten.

Commentaar: 

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) illustreert met het antwoord op deze vraag opnieuw zijn onkunde inzake wapens.

De minister schrijft dat "zonder laders wapens onbruikbaar zijn". Iedereen die ook maar ooit een wapen heeft gehanteerd, weet dat dit klinkklare onzin is. Vooreerst bevatten de meeste vuurwapens geen laders. Allicht weet de minister niet dat de meeste jachtwapens enkelschotwapens zijn, of repeteervuurwapens met een ingebouwd magazijn.

Voorts kunnen bijna alle semi-automatische en automatische wapens, die doorgaans wel laders hebben, wel degelijk worden afgevuurd zonder lader. Enkel de wapens voorzien van een magazijnveiligheid kunnen dit niet, en het betreft hier een zeer beperkt aantal modellen.

De minister weet blijkbaart ook niet dat wij het enige land ter wereld zijn met dergelijke regeling. Derhalve kunnen andere landen, en al zeker niet andere EU lidstaten, gedwongen worden om mee te werken aan de eenzijdige beperking op de vrije handel die door België wordt ingevoerd. Zoals wij eerder schreven, vallen laders immers niet onder de toepassing van de EU vuurwapenrichtlijn waardoor de lidstaten de handel erin niet kunnen beperken. België heeft trouwens ook de in de Europese Unie toepasselijke procedures (nl. melding via de EU Commissie) niet nageleefd bij de invoering van het laderverbod.

De minister beweert ook dat de invoering van de vergunningsplicht voor laders geen bijkomende middelen zal vragen van politie en parketten omdat slechts een beperkt aantal mensen de erkenning aanvroegen. De minister vergeet enkele zaken te vermelden:

  • laderbezit zal mee gecontroleerd moeten worden bij de vijfjaarlijkse controle voor elke wapenbezitter: er zal immers moeten worden nagekeken of een wapenbezitter geen laders voorhanden heeft die niet passen bij de vergunde wapens, of die ook op andere wapens passen. Dit is een automatisch gevolg van de vergunningsplicht voor laders en zal extra tijd vragen bij de vijfjaarlijkse controles.
  • bij zijn Federale Wapendienst werden enkele honderden beroepen ingediend omdat bijna elke erkenningsaanvraag voor lader verzameling werd geweigerd. Zijn dienst heeft hier veel werk mee. Dus minstens daar verhoogt de werkdruk. Ook moet in het kader van de behandelingen van de beroepen het advies gevraagd worden aan politie en parket. Dat kost ook tijd.
  • de echte problemen moeten dus nog beginnen. Veel wapenbezitters hebben de moeite niet gedaan om de erkenning aan te vragen, ook al hebben ze nog wel ergens een lader liggen voor een wapen dat ze niet meer hebben. Dit illegaal lader bezit zal later aan het licht komen zodat daardoor de werklast aanzienlijk zal verhogen.

De minister kent blijkbaar ook de wapenwet niet zo goed, maar dat verbaast ons niet. De Belgische wapenwet stelt de aankoop van een lader in het buitenland niet strafbaar, ook als die aankoop in het buitenland gebeurt door een Belg die niet de juiste documenten heeft. Enkel indien de lader terug in België wordt ingevoerd, is het bezit strafbaar. Het antwoord van de minister is dus juridisch onjuist.