16 SEPTEMBER 1997. - KONINKLIJK BESLUIT TOT BEPALING VAN HET BEDRAG VAN DE RECHTEN EN RETRIBUTIES DIE GEHEVEN WORDEN MET TOEPASSING VAN DE WET VAN 3 JANUARI 1933 OP DE VERVAARDIGING VAN, DE HANDEL IN EN HET DRAGEN VAN WAPENS EN OP DE HANDEL IN MUNITIE

Artikel 1. Met het oog op de uitreiking van de erkenningen bedoeld in het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, hierna te noemen "het besluit", worden de te betalen rechten en retributies als volgt vastgesteld :

A. bij het indienen van de aanvraag :
1° indien ze betrekking heeft op het vervaardigen, herstellen, opslaan, verhandelen van of makelen in [vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens] (art. 12 KB 29 XII 2006)
en de munitie daarvoor : een bedrag van (250 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
2° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
3° indien ze uitsluitend betrekking heeft op het vervaardigen, opslaan, verhandelen van of makelen in munitie : een bedrag van (185 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
4° indien ze uitsluitend betrekking heeft op het bronzen, graveren of versieren van [vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens] (art. 12 KB 29 XII 2006): een bedrag van (125 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
5° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
6° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
(7° indien ze betrekking heeft op het uitbaten van een schietinstallatie voor vuurwapens of het organiseren van oefeningen voor sportschieten : een bedrag van (250 EUR);) (art.8 KB 13 VII 2000 en art 25 KB 20 VII 2000)
B. bij de uitreiking van het getuigschrift :
1° indien het betrekking heeft op de vervaardiging, de herstelling of de opslag van of de handel of makelarij in [vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens] (art. 12 KB 29 XII 2006) en de munitie daarvoor : een bedrag van (250 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
2° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006);
3° indien het uitsluitend betrekking heeft op de vervaardiging of de opslag van of de handel of makelarij in munitie : een bedrag van (185 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
4° indien het uitsluitend betrekking heeft op het bronzen, graveren of versieren [van vergunningsplichtige wapens of vrij verkrijgbare vuurwapens] (art. 12 KB 29 XII 2006) : een bedrag van (125 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
5° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
6° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
(7° indien het betrekking heeft op het uitbaten van een schietinstallatie voor vuurwapens of het organiseren van oefeningen voor sportschieten : een bedrag van (250 EUR); (art.8 KB 13 VII 2000 en art 25 KB 20 VII 2000)

Art. 2. […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006) , De rechten en retributies die moeten worden betaald bij de uitreiking van de in het besluit bedoelde vergunningen, [worden] (art. 12 KB 29 XII 2006) als volgt vastgesteld :
1° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006) ;
2° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006) ;
3° voor een [wapendrachtvergunning] (art. 12 KB 29 XII 2006) en voor de aanvraag om vernieuwing ervan : een bedrag van (75 EUR); (art. 25 KB 20 VII 2000)
4° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
5° […] (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)

Art. 3. [De rechten en retributies bedoeld in de artikelen 1 en 2 worden betaald door middel van fiscale zegels voor zover deze nog verkrijgbaar zijn, of door middel van overschrijving van het verschuldigde bedrag op de rekening van de wapendienst bij de bevoegde gouverneur, van zodra deze beschikbaar is. De betrokken personen die hun verblijfplaats in het buitenland hebben, moeten desgevallend deze fiscale zegels in België aankopen of laten aankopen.] (art. 12 KB 29 XII 2006) :
1° (25 EUR) bij het gemeentebestuur van de woonplaats van de verzoeker; (art. 25 KB 20 VII 2000)
2° (8,5 EUR) door middel van fiscale zegels. (art. 25 KB 20 VII 2000)
[…]. (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)

Art. 4. De bedragen bedoeld in artikel 1, A, 1° tot 4° en B, 1° tot 4°, worden met de helft verminderd wanneer een erkenning wordt aangevraagd en uitgereikt voor een activiteit waarvoor in een andere provincie reeds een erkenning is verkregen.

De rechten en retributies worden niet terugbetaald in geval van onontvankelijkheid of afwijzing van de aanvraag, en van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning of vergunning, noch bij de beëindiging van de activiteiten waarop de erkenning of vergunning betrekking heeft.

Ze zijn slechts éénmaal verschuldigd voor een erkenning of vergunning die betrekking heeft op hetzelfde voorwerp.

Ze zijn niet verschuldigd wanneer het adres vermeld op een erkenning of vergunning moet worden gewijzigd en het nieuwe adres op hetzelfde grondgebied ligt als dat van de overheid die ze heeft uitgereikt. [Adreswijzigingen op vergunningen tot het voorhanden hebben van een [vergunningsplichtig wapen] (art. 12 KB 29 XII 2006) gebeuren gratis.] (art. 1 KB 08 XII 1998)

Bij de uitbreiding van een erkenning of vergunning zijn ze slechts verschuldigd ten belope van het verschil tussen het bedrag betaald bij de oorspronkelijke aanvraag en uitreiking van dit document, en het bedrag verschuldigd bij een nieuwe aanvraag en een nieuwe uitreiking van het gewenste document.

[…]. (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)

Art. 5. § 1. De rechten en retributies bedoeld in artikel 2, 1° en 3° zijn niet verschuldigd bij de uitreiking van een vergunning aan :
1° een lid van het openbaar ministerie dat door zijn korpschef behoorlijk is gemachtigd om een [kort vuurwapen] (art. 12 KB 29 XII 2006) voorhanden te hebben of te dragen;
2° een onderzoeksrechter die is gerechtigd een [kort vuurwapen] (art. 12 KB 29 XII 2006) voorhanden te hebben of te dragen;
3° het personeel van de veiligheidsdiensten van de NAVO en de Europese Unie.
[…]. (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)
§ 2. […]. (opgeheven door art. 12 KB 29 XII 2006)

Art. 6. Het koninklijk besluit van 30 oktober 1991 tot bepaling van het bedrag van de rechten en retributies die geheven worden in toepassing van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie wordt opgeheven.

Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 8. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Justitie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Terug naar boven