Ministerieel besluit van 21 september 2012 tot bepaling van de laders met een groter dan normale capaciteit voor een bepaald model vuurwapen

Publicatie: BS van 26 september 2012

Gewijzigd door Ministerieel besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 september 2012 tot bepaling van de laders met een groter dan normale capaciteit voor een bepaald model vuurwapen, BS 25 september 2019

Artikel 1. De laders met een grotere capaciteit dan de normale voor een bepaald model vuurwapen, bedoeld in artikel 3, §1, 15°, van de Wapenwet, hebben een capaciteit van meer dan :

  • voor halfautomatische pistolen [en revolvers] : 20 patronen;
  • voor geweren met pompactie (al dan niet halfautomatisch): 10
    patronen;
  • voor karabijnen met hendel met randontsteking : 15 patronen;
  • voor karabijnen met hendel met centrale ontsteking : 10 patronen;
  • voor grendelkarabijnen met randontsteking : 20 patronen;
  • voor grendelkarabijnen met centrale ontsteking : 10 patronen;
  • voor halfautomatische karabijnen met randontsteking : 40 patronen;
  • voor halfautomatische karabijnen met centrale ontsteking : [10]
    patronen;
  • voor geweren met gladde loop : 10 patronen.

[Voor de vuurwapens bedoeld in artikel 27, paragraaf 3, vijfde lid van de wapenwet, rechtmatig voorhanden gehouden door sportschutters die voldoen aan de voorwaarden gesteld in de genoemde bepaling, gelden evenwel volgende afwijkingen:
1° laders voor halfautomatische pistolen gebruikt voor IPSC (International Practical Shooting Confederation) kunnen meer dan 20 patronen bevatten op voorwaarde dat de lengte van de lader, gemeten aan de achterzijde, kleiner is dan 171 mm;
2° laders voor halfautomatische karabijnen met centrale ontsteking kunnen meer dan 10 patronen maar minder dan 31 patronen bevatten.]

Art. 1/1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens en Richtlijn (EU) 2017/853 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens.

Art. 2. Dit besluit is niet van toepassing op de laders waarvan de persoon die ze voorhanden houdt, bewijst dat hij ze heeft verworven voor de dag waarop dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Die laders mogen dan uitsluitend los van een wapen voorhanden worden gehouden.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

[Overgangsbepaling: art. 3 MB 20 september 2019
Art. 3. De wijzigingen aangebracht door artikel 1 van dit besluit zijn niet van toepassing:
1° op de laders waarvan de persoon die ze voorhanden houdt, bewijst dat hij ze heeft verworven vóór 13 juni 2017;
2° op de vuurwapens uitgerust met deze laders, waarvan de persoon die ze voorhanden houdt, bewijst dat hij ze rechtmatig heeft verworven en geregistreerd vóór 13 juni 2017, hetzij door een vergunning, hetzij door een registratie op grond van een jachtverlof, getuigschrift van bijzondere wachter of sportschutterslicentie, hetzij door een registratie in het register van een erkende persoon