20 SEPTEMBER 1991. - Koninklijk besluit tot uitvoering van [...] de Wapenwet.

(opschrift gewijzigd door art. 6 KB 29 XII 2006 en art. 1 KB 16 X 2008)
Aangepast overeenkomstig artikel 6 Koninklijk Besluit van 29 december 2006 tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie en van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, B.S., 9 januari 2007, Koninklijk Besluit van 16 oktober 2008 tot wijziging van diverse uitvoeringsbesluiten van de wapenwet, B.S., 20 oktober 2008, derde editie, Koninklijk Besluit van 10 oktober 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1991 tot uitvoering van de Wapenwet en het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen, B.S., 14 oktober 2010 en Koninklijk Besluit van 13 november 2012 tot oprichting van de Federale Wapendienst, BS 21 november 2012, Koninklijk Besluit van 26 februari 2008 tot wijziging van diverse koninklijke besluiten ter uitvoering van de wapenwet, betreffende de uitlening, de neutralisering en de vernietiging van vuurwapens en tot bepaling van de procedure bedoeld in artikel 45/1 van de wapenwet, B.S. 1 maart 2018.

HOOFDSTUK I. - Definitie.
HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen 5, 6 en 21 van de wet.
[HOOFDSTUK III. - Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)]
HOOFDSTUK IV. - Het dragen van [vergunningsplichtige vuurwapens] (artikel 7 van de wet)
HOOFDSTUK V. - Inschrijving van verweer- of oorlogswapens (artikel 14, eerste lid, van de wet).
HOOFDSTUK VI. - Vergunning tot het bezitten van een opslagplaats van verweer- of oorlogswapens of van munitie voor die wapens (artikel 16 van de wet).
HOOFDSTUK VII. - Losse onderdelen van en hulpstukken voor vuurwapens (artikel 27 van de wet).
HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen met het oog op de vaststelling van de verkoop en de overdracht van vuurwapens en munitie (artikel 25 van de wet).
HOOFDSTUK IX. - Het centraal wapenregister.
HOOFDSTUK X. - Bijzondere bepaling.
HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen.
BIJLAGEN - modellen formulieren


HOOFDSTUK I. - Definitie.

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet onder " de wet " worden verstaan [...] de Wapenwet van 8 juni 2006.]
(gewijzigd door art. 6 KB 29 XII 2006 en art. 2 KB 16 X 2008)


HOOFDSTUK II. - Erkenning met het oog op de uitoefening van de activiteiten bedoeld in de artikelen 5, 6 en 21 van de wet.

Art. 2. [De aanvraag om erkenning bedoeld in de artikelen 5, 6 en 21 van de wet wordt door middel van een formulier, verkrijgbaar bij zijn diensten, ingediend bij de gouverneur bevoegd voor de plaats waar de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft, zal worden uitgeoefend.]

De aanvrager voegt bij de aanvraag tot erkenning een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, opgemaakt ten laatste drie maanden voor de indiening van de aanvraag, alsmede de stukken die de identificatie van de aanvrager en van zijn activiteit mogelijk maken.

Indien de aanvrager een rechtspersoon is, moet een getuigschrift van goed zedelijk gedrag worden bijgevoegd voor iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris of persoon aangesteld voor het bestuur of het beheer.

[De aanvrager van een erkenning bedoeld in de artikelen 5 en 21 van de wet toont de herkomst van de voor de activiteit aangewende financiële middelen aan door middel van deugdelijke schriftelijke bewijzen, zoals bankdocumenten en financiële overeenkomsten.]
Gewijzigd door art. 4 KB 16 X 2008

Art. 3. [De gouverneur of de Minister van Justitie geeft kennis van zijn beslissing tot erkenning of weigering bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs.]

Een afschrift van de beslissing wordt binnen acht dagen toegezonden aan de bevoegde [lokale politie] en procureur des Konings.

In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, verstrekt de gouverneur [of de Minister] aan betrokkene een getuigschrift van erkenning opgemaakt overeenkomstig het model nr. 2 in bijlage [behalve voor een erkenning overeenkomstig artikel 6, § 2, van de wet, waarvoor een getuigschrift op basis van het model 7 in bijlage wordt opgesteld]. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens.

In geval van erkenning, zelfs gedeeltelijk, van een verzameling of van een museum van [vergunningsplichtige vuurwapens] of van munitie voor die wapens, verstrekt hij aan betrokkene een getuigschrift van erkenning opgemaakt overeenkomstig het model nr. 3 in bijlage. Hij geeft daarvan kennis aan de proefbank voor vuurwapens.

De beslissing houdende gehele of gedeeltelijke weigering van de erkenning moet met redenen zijn omkleed. De kennisgeving moet de rechtsmiddelen vermelden die ter beschikking staan van betrokkene.
(art. 6 KB 29 XII 2006 en art. 5 KB 16 X 2008)

Art. 4. [...] (opgeheven door art. 6 KB 16 X 2008)

Art. 5. [...] (opgeheven door art. 7 KB 16 X 2008)

Art. 6. In geval van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning overeenkomstig artikel [7, § 2,] van de wet, geeft de gouverneur aan de houder van de erkenning kennis van zijn beslissing bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs. De beslissing wordt gezonden naar het adres vermeld op het getuigschrift van erkenning of naar het adres dat de houder krachtens artikel 8 heeft medegedeeld.

De beslissing van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning is gemotiveerd en vermeldt de termijn waarbinnen de door de houder van de erkenning in bezit gehouden wapens in bewaring moeten worden gegeven bij of overgedragen aan een erkend persoon.

Die beslissing brengt de verplichting mee om het getuigschrift van erkenning terug te zenden binnen acht dagen te rekenen van de beëindiging van de door de gouverneur verleende termijn. De gouverneur kan de [lokale politie] ermee belasten het getuigschrift van erkenning bij de betrokken persoon terug te nemen.

Binnen acht dagen te rekenen van de inbewaargeving of de overdracht geeft de erkende persoon bij wie de opslag of de overdracht is geschied, daarvan kennis aan de gouverneur door middel van het bij de kennisgeving gevoegde formulier.

Een afschrift van de beslissing van schorsing, intrekking of beperking van de erkenning wordt binnen acht dagen toegezonden aan de bevoegde [lokale politie] en procureur des Konings, alsook aan de proefbank voor vuurwapens.
(art. 6 KB 29 XII 2006 en art. 8 KB 16 X 2008)

Art. 7. [...] opgeheven door art. 9 KB 16.X.2008

Art. 8. [Bij definitieve beëindiging van de activiteit die het voorwerp van de erkenning is, geeft de houder daarvan binnen acht dagen kennis aan de gouverneur en zendt hij hem het getuigschrift terug. Een wijziging van de gegevens vermeld in het getuigschrift van erkenning wordt vooraf gevraagd aan de gouverneur, die het document kan aanpassen als de wet het toelaat.]

(Hij doet hetzelfde in geval van wijziging van de gegevens gevoegd bij de aanvraag tot erkenning en, wanneer de houder van de erkenning een rechtspersoon is, in geval van verandering van een persoon bedoeld in artikel 2, derde lid.)
(art. 1 KB 30.III.1995 en art. 10 KB 16 X 2008)


[HOOFDSTUK III. - Vergunningen tot het voorhanden hebben van vergunningsplichtige vuurwapens (artikel 11 van de Wapenwet)]


Art. 9. § 1. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

§ 2. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

§ 3. De aanvraag van een vergunning tot het voorhanden hebben van een [vergunningsplichtig vuurwapen] moet volgende vermeldingen bevatten:
1° de identificatie van de aanvrager : naam, voornamen, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte. Indien het een rechtspersoon betreft, de firma of de naam van de vennootschap, de zetel van de vennootschap, de identiteit van de zaakvoerder, van de voorzitter of van de gedelegeerd bestuurder;
2° de beschrijving van het wapen waarop de aanvraag betrekking heeft : aard en kaliber;
3° de vermelding dat het wapen in België zal worden aangekocht of zal worden ingevoerd;
4° het adres waar het wapen over het algemeen voorhanden zal worden gehouden;
5° de redenen van de aanvraag.
[6° het medisch attest bedoeld in artikel 11, § 3, 6°, van de Wapenwet.]

Art. 9bis. § 1. De overheid belast met de afgifte van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen:
1° onderwerpt de aanvrager eerst aan een theoretische proef om na te gaan of hij de regeling inzake het voorhanden hebben, het dragen, het vervoeren en het gebruik van het wapen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, alsook inzake de aankoop van munitie voor dat wapen kent;
2° [...];
3° gaat tenslotte na of de aanvrager de in par. 3 bedoelde praktische proef moet ondergaan of hiervan is vrijgesteld overeenkomstig par. 2, en levert hem desgevallend een attest af waarin hij wordt doorverwezen naar een organisator van de praktische proef.

[Indien de aanvrager meent dat hij nog niet over voldoende ervaring beschikt om te slagen voor de praktische proef of indien hij er niet voor is geslaagd, wordt de procedure opgeschort voor een periode van een jaar, tenzij de aanvrager binnen die termijn slaagt voor de praktische proef. Als hij van de vergunningverlenende overheid een gedateerd attest ontvangt, dat hij voldoet aan alle andere wettelijke voorwaarden voor het bekomen van de vergunning, dan mag hij zich gedurende deze periode voorbereiden op de praktische proef in een erkende schietstand. Dit moet gebeuren met een wapen en munitie die hem uitsluitend met dit doel ter plaatse ter beschikking worden gesteld door de uitbater, de houder van de vergunning tot het voorhanden hebben ervan, of de houder van een sportschutterslicentie. Op het einde van deze periode moet de aanvrager slagen voor de praktische proef, zoniet wordt de vergunning geweigerd.]
eerste lid, 2° opgeheven door art. 2 KB 10.X.10

§ 2. Van de praktische proef wordt vrijgesteld :
1° de houder van een jachtverlof of van een daarmee gelijkgesteld stuk bepaald door de Minister van Justitie, die tevens houder is van een vuurwapen van een type zoals bedoeld in par. 3, vergelijkbaar met dat waarvoor hij een aanvraag heeft gedaan;
2° de aanvrager die bewijst dat hij in de loop van de laatste vijf jaar gedurende minstens zes maanden een geregelde professionele of sportieve activiteit uitoefent of heeft uitgeoefend, waarvoor hij een vuurwapen van een type zoals bedoeld in par. 3, vergelijkbaar met dat waarvoor hij een aanvraag heeft gedaan, voorhanden had of droeg;
3° de houder van een attest afgegeven door een in par. 3, derde lid, bedoelde organisator, volgens hetwelk hij is geslaagd voor een praktische proef met een vuurwapen van een type zoals bedoeld in par. 3, vergelijkbaar met dat waarvoor hij een aanvraag heeft gedaan;
4° de aanvrager van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen met uitsluiting van munitie;
5° […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006);
6° […](opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006);
7° […](opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006);

§ 3. De aanvrager die overeenkomstig par. 1, 3° een praktische proef moet afleggen, doet dit met een vuurwapen van het type waarvoor hij de vergunning aanvraagt. Voor de toepassing van dit besluit zijn deze types de revolvers, de pistolen, de schoudervuurwapens en de vuurwapens op zwart kruit.

De praktische proef heeft betrekking op het veilig uitvoeren van de volgende handelingen : laden, ontladen, wapenen, ontwapenen, schieten en beperkt demonteren van het wapen - gewoonlijk "velduiteenname" genoemd -; dragen, hanteren en gebruiken van het wapen in een schietstand; de richtapparatuur gebruiken, de terugslag en de schietrichting beheersen. Voor het afleggen van deze proef mag de aanvrager zonder vergunning een wapen hanteren en afvuren.

Deze proef wordt, naar keuze van de aanvrager, georganiseerd door hetzij een politiedienst of een erkende politieschool, hetzij door de verantwoordelijken die worden aangewezen door de schuttersfederaties die zijn erkend door de gemeenschapsoverheden bevoegd voor sport.
Een attest met het resultaat van deze proef wordt medegedeeld aan de aanvrager en aan de overheid belast met de afgifte van de vergunning.

§ 4. […](opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

(ingevoegd door art. 1 KB 4.VIII.1996, gewijzigd door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 10. De vergunningen worden ingeschreven in een soucheboekje in de vorm van het model nr. 4 in bijlage, waarvan elk blad uit drie delen bestaat :
1° een souche die moet worden bewaard door de overheid die de vergunning uitreikt;
2° een deel A bestemd voor de houder van de vergunning;
3° een deel B bestemd voor de overheid die de vergunning heeft uitgereikt.
De vergunning is gedagtekend en verleent aan de houder ervan het recht om het wapen binnen drie maanden na de uitreiking aan te kopen of in te voeren. Indien de aankoop of de invoer van het wapen niet binnen voornoemde termijn heeft plaatsgevonden, is de vergunning vervallen en moet zij binnen acht dagen worden teruggezonden aan de overheid die ze heeft uitgereikt.

[Dit geldt ook wanneer de vergunning niet langer geldig is. De vergunning vermeldt ook de reden waarom ze is afgegeven en haar vervaldatum.]
(tweede lid ingevoegd door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 10bis.[…]
(ingevoegd door art. 2 KB 2.VI.1996, opgegeven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 11. Wanneer het wapen in België wordt aangekocht, moet deel A door de overdrager worden ondertekend en met de volgende vermeldingen worden aangevuld :
1° de identificatie van de overdrager : naam, voornamen, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte; indien het een rechtspersoon betreft, de firma of de naam van de vennootschap, de zetel van de vennootschap, de identiteit van de zaakvoerder, van de voorzitter of van de gedelegeerd bestuurder;
2° het nummer van de erkenning van de erkende persoon, of het nummer, plaats en datum van uitreiking van de vergunning tot het voorhanden hebben van de overdrager;
3° de plaats en datum van de overdracht;
4° de identificatie van het wapen : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer.

Wanneer het wapen wordt ingevoerd [vanuit een land dat geen Lidstaat is van de Europese Gemeenschappen], wordt deel A door een agent van de douane ondertekend en aangevuld met de volgende vermeldingen :
1° de identificatie van het douanekantoor;
2° de datum van invoer;
3° de identificatie van het wapen : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer.

Binnen één maand te rekenen vanaf de overdracht of de invoer moet deel B door de overdrager of het douanekantoor worden toegezonden aan de overheid die de vergunning heeft uitgereikt. Dat deel is gedagtekend, ondertekend en bevat de vermeldingen die betrekking hebben op de identificatie van het wapen, van de koper of van de invoerder.
[Wanneer het wapen wordt ingevoerd vanuit een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen, biedt de verkrijger of de invoerder zich binnen vijftien dagen aan bij [de lokale politie van zijn verblijfplaats], teneinde deel A en B te laten invullen.]
(gewijzigd door art. 1 KB 18.I.1993 en art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 12. De particulier die een [vergunningsplichtig vuurwapen] ontdekt, of het door erfenis verkrijgt, moet overeenkomstig artikel [artikel 17, 2de lid van de Wapenwet] een aanvraag indienen met het oog op de verkrijging van de vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen, en wel op de wijze voorgeschreven bij artikel 9.

De vergunning wordt hem uitgereikt overeenkomstig artikel 10.

De delen A en B van de vergunning worden door de bevoegde overheid ondertekend en aangevuld met de volgende vermeldingen :
1° de omschrijving van de omstandigheden, plaats en datum van de inbezittreding;
2° de identificatie van het wapen : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer;
3° de identificatie van de persoon die het wapen voorhanden heeft : naam, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte. Wanneer het een rechtspersoon betreft, de firma of de naam van de vennootschap en de zetel van de vennootschap.

Deel B van de vergunning wordt bewaard door de bevoegde overheid.
(art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 13. Deel A van de vergunning wordt bewaard door de houder die ertoe is gehouden het te overhandigen aan de leden van de diensten bedoeld in artikel [artikel 29 van de Wapenwet] wanneer die in het kader van het door hen uitgeoefende toezicht daarom verzoeken.

De houder van de vergunning is ertoe gehouden binnen vijftien dagen te rekenen van de wijziging,[de gouverneur van zijn verblijfplaats in kennis te stellen van enige omstandigheid, behalve een adreswijziging,] die aanleiding geeft tot wijziging van een vermelding betreffende zijn persoon of het wapen, of van het verlies, de vernietiging of de diefstal van het wapen.

In geval van overlijden van de houder moeten zijn rechtverkrijgenden daarvan kennis geven […] aan de gouverneur die de vergunning heeft uitgereikt.
(art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 14. In geval van intrekking of schorsing van de vergunning, geeft de Minister van Justitie, zijn afgevaardigde of de provinciegouverneur bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs kennis van de beslissing aan de houder van de vergunning.

De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de termijnen waarbinnen het wapen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II in bewaring moet worden gegeven bij een erkend persoon of moet worden overgedragen aan een erkend persoon of aan een persoon die houder is van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen.

Binnen acht dagen te rekenen vanaf de inbewaargeving of de overdracht, stelt de persoon die het wapen in bewaring heeft gekregen of aan wie het is overgedragen, de overheid die de beslissing tot schorsing of intrekking van het wapen heeft genomen, ervan in kennis dat het wapen bij hem in bewaring is gegeven of aan hem is overgedragen. Zulks geschiedt door middel van het formulier dat bij de kennisgeving wordt gevoegd.


HOOFDSTUK IV. - Het dragen van [vergunningsplichtige vuurwapens] (artikel 7 van de wet).

Art. 15. De aanvraag van een vergunning tot het dragen van een [vergunningsplichtig vuurwapen] wordt ingediend :
1° door de personen met woonplaats in België : bij de gouverneur van de provincie waar de [verblijfplaats] zich bevindt;
2° door de personen die geen [verblijfplaats] in België hebben : bij de Minister van Justitie,[ Veiligheid van de Staat].

De aanvraag moet ten minste volgende vermeldingen bevatten :
1° de identificatie van de aanvrager : naam, voornamen, nationaliteit, adres, plaats en datum van geboorte;
2° de identificatie van het wapen of de wapens waarop de aanvraag betrekking heeft : aard, merk, model, type, kaliber en serienummer;
3° de vermeldingen betreffende de vergunning tot het voorhanden hebben van het betrokken wapen : overheid, datum van uitreiking en nummer van de vergunning;
4° de redenen van de aanvraag, inzonderheid een omschrijving van de omstandigheden waarin het wapen zal worden gedragen.
(art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 16. De vergunning tot het dragen van een [vergunningsplichtig vuurwapen] wordt opgemaakt overeenkomstig het model nr. 5 in bijlage.

De artikelen 13, tweede lid, en 14, eerste lid, zijn op de vergunning van toepassing.
(art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 17. [...] (opgeheven door art. 11 KB 16.X.2008)


Hoofdstuk V. De intrekking van het recht tot het voorhanden hebben van de in artikel 12 van de Wapenwet bedoelde wapens en het verval van de geldigheid van het jachtverlof, de sportschutterslicentie of een gelijkwaardig stuk (Artikel 13 van de Wapenwet).

Art. 18. Art. 18. § 1. In geval van intrekking of schorsing van het recht tot het voorhanden hebben van de in artikel 12 van de wet bedoelde wapens, geeft de Minister van Justitie, zijn afgevaardigde of de provinciegouverneur bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs kennis van de beslissing aan de houder van de in artikel 12 van de wet bedoelde documenten.

De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de termijnen waarbinnen het wapen overeenkomstig artikel 18 van de wet in bewaring moet gegeven worden bij een erkend persoon of moet worden overgedragen aan een erkend persoon of aan een persoon die gemachtigd is het voorhanden te hebben.

Binnen acht dagen te rekenen vanaf de inbewaargeving of de overdracht, stelt de persoon die het wapen in bewaring heeft gekregen of aan wie het is overgedragen, de overheid die de beslissing tot schorsing of intrekking van het recht tot het voorhanden hebben ervan heeft genomen, ervan in kennis dat het wapen bij hem in bewaring is gegeven of aan hem is overgedragen. Zulks geschiedt door middel van het formulier dat bij de kennisgeving wordt gevoegd.

§ 2. De gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats maant de particulier die een vuurwapen voorhanden heeft overeenkomstig artikel 12, eerste lid, 1° van de wet waarbij de geldigheid van het jachtverlof of van het gelijkwaardig stuk sinds vijf jaar is vervallen, schriftelijk aan om hem een uittreksel uit het strafregister te bezorgen dat niet ouder mag zijn dan drie maanden. Het uittreksel moet worden overgemaakt binnen de door de gouverneur meegedeelde periode, die evenwel niet minder dan één maand mag bedragen.

Indien hieruit blijkt dat hij veroordeeld werd als dader of medeplichtige wegens een van de misdrijven bedoeld in artikel 5, § 4 van de wet, kan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats overeenkomstig artikel 13, eerste lid van de wet zijn recht om het wapen voorhanden te hebben bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken. Dit doet hij na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings van het arrondissement waar de betrokkene zijn verblijfplaats heeft en volgens de procedure vermeld in paragraaf 1. De bevoegde gouverneur kan deze beslissing ook nemen indien de particulier binnen de periode bepaald door de gouverneur het uittreksel uit het strafregister niet heeft overgemaakt.

(opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006, heringevoerd door art. 1 KB 1.X.2019)


HOOFDSTUK VI. - Vergunning tot het bezitten van een opslagplaats van verweer- of oorlogswapens of van munitie voor die wapens (artikel 16 van de wet).

Art. 19. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 20. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 21. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)


HOOFDSTUK VII. - Losse onderdelen van en hulpstukken voor vuurwapens (artikel 27 van de wet).

Art. 22. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)


HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen met het oog op de vaststelling van de verkoop en de overdracht[, evenals de wijziging van de bezitstitel] van vuurwapens en munitie (artikel 25 van de wet).

opschrift gewijzigd door art. 4 KB 10.X.10

Art. 23. De erkende personen houden :
1° een register in de vorm van het model A in bijlage waarin zij de [vergunningsplichtige vuurwapens] inschrijven die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen;
2° […](opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)
3° een register in de vorm van het model C in bijlage waarin de munitie voor de [vergunningsplichtige vuurwapens] die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen, wordt ingeschreven;
4° een register in de vorm van het model D in bijlage waarin zij het volgende inschrijven :
a) de aan de wettelijk voorgeschreven proef onderworpen losse onderdelen die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen;
b) de hulpstukken die zij verkrijgen, vervaardigen, in hun bezit houden of overdragen wanneer die stukken, aangebracht op een vuurwapen, tot gevolg hebben dat het wapen in een andere categorie wordt ondergebracht.

Die registers moeten worden overgelegd wanneer de leden van de diensten bedoeld in [artikel 29 van de Wapenwet] daarom verzoeken.

Zij worden bewaard door de erkende personen. Bij de beëindiging van de activiteit worden zij binnen een maand neergelegd bij het centraal wapenregister bedoeld in artikel 28 [, dat ze ter beschikking houdt van de personen bedoeld in artikel 24 van de wet, die ze op systematische wijze moeten onderzoeken.]

De bladzijden van die registers worden genummerd.
(gewijzigd door art. 1 KB 17.VI.2002 en art. 6 KB 29.XII.2006)


Art. 23bis. § 1. De erkende personen die vuurwapens verkopen of overdragen aan een andere erkende persoon zijn gehouden zich vooraf te vergewissen van de identiteit van die persoon, en van de echtheid en de geldigheid van zijn erkenning, in het licht van de betrokken operatie.
Daartoe is de directeur van de Proefbank voor vuurwapens gemachtigd hen alle informatie, die hij bewaart op basis van de artikelen 3, 5 en 29 van dit besluit, over te maken.

§ 2. [De personen die erkend zijn overeenkomstig artikel 6 van de Wapenwet, sturen binnen de acht dagen volgend op de overdracht van een vergunningsplichtig vuurwapen een bericht van overdracht overeenkomstig het model nr. 11 in bijlage bij dit besluit, aan het Centraal wapenregister en aan de gouverneur van de plaats waar ze hun activiteiten uitoefenen.].

Vóór 1 februari van elk jaar maken zij bovendien aan [de gouverneur] van de plaats waar zij hun activiteiten uitoefenen, een volledige en getrouwe kopie over van de inschrijvingen, in de loop van het voorafgaand burgerlijk jaar gedaan, in de registers die zij houden overeenkomstig artikel 23. Deze documenten worden bewaard op een veilige plaats.

§ 3. De overdracht van een [vergunningsplichtig vuurwapen] en van de munitie voor die wapens aan een persoon die houder is van een vergunning tot het voorhanden hebben overeenkomstig artikel 10 van dit besluit kan slechts plaatsvinden na voorlegging van een identiteitskaart of een reispas die overeenstemt met de op de vergunning vermelde identiteit.
(ingevoegd bij art. 2 KB 30.III.1995, gewijzigd door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 24. [Niet-erkende personen die een vergunningsplichtig vuurwapen of een aan de wettelijke proef onderworpen onderdeel daarvan overdragen aan een persoon die geen vergunning tot het voorhanden hebben ervan moest voorleggen, op wiens naam geen bericht van overdracht zoals bedoeld in artikel 25 moest worden opgesteld of die niet erkend is als wapenhandelaar, verzamelaar of museum, moeten onmiddellijk de vergunning of het bericht van overdracht op hun naam terugsturen aan de gouverneur bevoegd voor hun verblijfplaats, en hem de identiteit van de overnemer meedelen.

De wapendienst van de gouverneur brengt de ingezamelde gegevens in het Centraal Wapenregister in en gaat na of er geen onregelmatigheden zijn gebeurd. Indien mogelijk worden de onregelmatigheden rechtgezet, zoniet handelt de gouverneur zoals de wet voorschrijft.]
(opgeheven door art. 12 KB 16.X.2008)
hersteld door art. 3 KB 10.X.10 (inwerkingtreding op 1 oktober 2010)


Art. 25. § 1. [De overdracht van vergunningsplichtige vuurwapens aan en tussen personen bedoeld in artikel 12, 1°, 2° en 4°, van de Wapenwet kan slechts geschieden na overlegging van hun identiteitskaart of reispas en het bewijs van hun hoedanigheid. Een bericht van overdracht en een afschrift ervan, opgemaakt overeenkomstig het model nr. 9 in bijlage bij dit besluit, worden door de overdrager binnen acht dagen na de overdracht toegezonden aan de gouverneur van de verblijfplaats van de verkrijger, of indien deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het Centraal wapenregister. De overdrager bewaart een afschrift van dat bericht. Het andere afschrift wordt, voorzien van het registratienummer, door de gouverneur toegezonden aan de verkrijger.]

§ 2. [De overdracht van vergunningsplichtige vuurwapens door personen bedoeld in artikel 12, 1°, 2° en 4°, van de Wapenwet aan erkende personen moet door deze laatsten in hun registers worden ingeschreven en door middel van een bericht van overdracht, opgemaakt overeenkomstig het model nr. 9 in bijlage van dit besluit, binnen acht dagen te rekenen vanaf de overdracht worden gemeld aan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de overdrager, of, ingeval deze laatste geen verblijfplaats in België heeft, aan het centraal wapenregister bedoeld in artikel 28 van hetzelfde besluit. De overdrager bewaart een afschrift van dat bericht.]

§ 3. [Als de gouverneur een vergunning afgeeft aan een persoon in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, van de Wapenwet, stuurt de betrokkene het document model nr. 9 voor dit wapen terug aan de gouverneur, die de registratie in het Centraal Wapenregister aanpast.]

§ 4. [De houder van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen die de hoedanigheid van jager, sportschutter of bijzondere wachter heeft en die dat wapen verder op die basis wil behouden, laat dit weten aan de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats en bezorgt hem daarvan de nodige bewijsstukken. Als de gouverneur vaststelt dat er aan alle voorwaarden is voldaan, ruilt hij de vergunning in voor een document model nr. 9 dat hiervoor bij uitbreiding mag worden gebruikt en past hij de registratie in het Centraal Wapenregister aan.]

§ 5. [De jager, sportschutter of bijzondere wachter die een vrij verkrijgbaar vuurwapen buiten het kader van historische of folkloristische manifestaties voor het schieten wil bestemmen, laat dit weten aan de gouverneur en bezorgt hem daarvan de nodige bewijsstukken. Als de gouverneur vaststelt dat er aan alle voorwaarden is voldaan, geeft hij een document model nr. 9, dat hiervoor bij uitbreiding mag worden gebruikt, af. Hij registreert het wapen in het Centraal wapenregister.]

§ 6. [De houder van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vrij verkrijgbaar vuurwapen bestemd voor het schieten buiten het kader van historische of folkloristische manifestaties, die dat wapen daarvoor niet meer wil gebruiken, of de jager, sportschutter of bijzondere wachter die deze hoedanigheid verliest en die een vrij verkrijgbaar vuurwapen wil behouden zonder het nog verder te mogen gebruiken voor de schietsport, laat dit weten aan de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats en bezorgt hem de vergunning of het document model nr. 9 terug. De gouverneur past de registratie in het Centraal Wapenregister aan zonder het wapen echter te schrappen. ]
§§3 - 6 ingevoegd door art. 5 KB 10.X.10


[Art. 25bis. § 1. Het schriftelijk akkoord van uitlening bedoeld in artikel 12/1, eerste lid, 4° van de wet, wordt opgemaakt overeenkomstig de richtlijnen van de Minister van Justitie.

§ 2. Indien de uitlening van vuurwapens bedoeld in artikel 12/1, tweede lid van de wet een duurtijd heeft van langer dan een maand, doet de uitlener daarvan vanaf het begin van de uitlening aangifte bij de lokale politie of de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats of, indien hij geen verblijfplaats in België heeft, bevoegd voor de verblijfplaats van de ontlener. De lokale politie of de gouverneur die de aangifte ontvangt, registreert de uitlening in het centraal wapenregister. De aangifte geschiedt met een bericht van voorlopige overdracht, opgemaakt door de uitlener overeenkomstig het model nr. 9bis in bijlage. De uitlener bewaart een afschrift van dat bericht. De teruggave van het wapen aan de uitlener wordt hierop aangeduid en wordt door de uitlener meegedeeld aan de lokale politie of de gouverneur bevoegd voor zijn verblijfplaats of, indien hij geen verblijfplaats in België heeft, bevoegd voor de verblijfplaats van de ontlener. De lokale politie of de gouverneur die de mededeling ontvangt, registreert de teruggave in het centraal wapenregister.

De nadere regels omtrent de aangifte bedoeld in het eerste lid worden vastgesteld door richtlijnen van de minister bevoegd voor Justitie.]

Art. 25bis ingevoegd door art. 10 KB 26.II.2018

Art. 25ter. Het type vuurwapen bedoeld in artikel 12/1, eerste lid, 1°, en derde lid, en artikel 22, § 1, zesde lid van de wet, wordt bepaald als volgt:

voor houders van een sportschutterslicentie: de vuurwapens bedoeld in artikel 12, eerste lid, 2° van de wet waarvan het type overeenstemt met de wapencategorie gedefinieerd in de respectievelijke decreten van de Duitstalige, Franstalige en Vlaamse gemeenschap betreffende het sportschieten en het statuut van de sportschutter en in hun uitvoeringsbesluiten;

voor houders van een jachtverlof: de vuurwapens bedoeld in artikel 12, eerste lid, 1° van de wet;

voor houders van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen: de vuurwapens waarvan het type overeenstemt met deze bedoeld in artikel 9bis, § 3.

Art. 25ter ingevoegd door art. 12 KB 1.X.2019

Art. 26. [De leden van de politiediensten die, naar aanleiding van een inbeslagname of een vrijwillige afstand, een vuurwapen in bewaring geven bij de griffie van de hoven en rechtbanken, maken een formulier op overeenkomstig het model nr. 10 in bijlage, dat ze samen met het wapen afgeven, na de betrokken gegevens in het centraal wapenregister te hebben ingevoerd.]

Zulks geldt eveneens voor de leden van de politiediensten die een vuurwapen ontvangen naar aanleiding van een tijdelijke bewaargeving.

[Dit artikel is niet van toepassing op de wapens bedoeld in de artikelen 44 en 45 van de Wapenwet.]
(gewijzigd door art. 2 KB 16.VI.2002 en art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 27. De erkende personen die voor uitvoer bestemde vouwgeweren vervaardigen, of andere verboden wapens waarvan de vervaardiging met het oog op de uitvoer ervan is toegestaan, zijn ertoe gehouden van hun activiteit kennis te geven aan de gouverneur van de provincie waar de activiteit wordt uitgeoefend waarop de aanvraag tot erkenning betrekking heeft, alsook een register te houden overeenkomstig artikel 23, 1°.


HOOFDSTUK IX. - Het centraal wapenregister.

Art. 28. [Het centraal wapenregister is een databank waarin de in artikel 29 bedoelde gegevens worden opgeslagen. Het wordt beheerd door een dienst van de [algemene directie van het middelenbeheer en de informatie] van de federale politie die dezelfde naam draagt, ten behoeve van de overheden bedoeld in het tweede lid.]

Dat register is toegankelijk voor [de Minister van Justitie en de personeelsleden van de federale wapendienst], voor de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde, voor de provinciegouverneurs en hun gemachtigde, voor de procureurs-generaal bij de hoven van beroep,[…], voor de onderzoeksrechters, voor de procureurs des Konings, […], [voor de leden van de federale en de lokale politie][, voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten] en voor de directeur van de proefbank voor vuurwapens[, evenals voor de gemachtigde ambtenaren van de gewestelijke diensten bevoegd voor de in- en uitvoer van wapens. ]

De verkregen informatie mag slechts worden aangewend voor het beheer van de in artikel 29 van dit besluit bedoelde stukken, en in het kader van de taken van gerechtelijke en administratieve politie van die overheden en diensten. [De verkregen informatie mag] niet aan derden, particulieren of rechtspersonen, noch aan andere overheden dan die vermeld in het tweede lid, worden medegedeeld. [Voor wat betreft de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, mag de verkregen informatie worden aangewend in het kader van hun inlichtingen- en veiligheidsopdrachten bedoeld in artikelen 7 en 11 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en mag ze worden medegedeeld overeenkomstig de artikelen 19 en 20 van die wet.]

De gegevens betreffende de verkrijging of de overdracht van vuurwapens in België door burgers van een vreemd land worden door tussenkomst van [de [federale politie]] medegedeeld aan de gerechtelijke overheden of de politiediensten van het land waarvan die personen onderdaan zijn.

[Van elk vuurwapen worden type, merk, model, kaliber en serienummer geregistreerd en bijgehouden, alsmede de namen en adressen van de leverancier en de persoon die het wapen verwerft of voorhanden heeft, tenzij het wapen zich bevindt bij een erkend wapenhandelaar die het overeenkomstig artikel 23 in zijn register heeft opgenomen. De geregistreerde gegevens worden gedurende minstens twintig jaar bewaard.]

(gewijzigd door art. 4 KB 2.VI.1996, art. 3 KB 17.VI.2002 en art. 6 KB 29.XII.2006)
tweede lid gewijzigd en vijfde lid toegevoegd door art. 6 KB 10.X.10
eerste lid gewijzigd door art. 2 KB 13.IX.2012
eerste, tweede en derde lid gewijzigd door art. 3 KB 1.X.2019

Art. 29. Het register bedoeld in artikel 28 bevat uitsluitend gegevens die betrekking hebben op de volgende stukken :
1° deel B van de vergunning tot het voorhanden hebben van een [vergunningsplichtig vuurwapen] bedoeld in artikel 11, derde lid;
2° de berichten van overdracht betreffende een [vergunningsplichtig vuurwapen] bedoeld in artikel 25;
3° de vergunningen tot het dragen van een [vergunningsplichtig vuurwapen] bedoeld in artikel 16;
4° (...)bedoeld in artikel 24;
5° de erkenningen bedoeld in de artikelen 3 en 5 [, met inbegrip van de erkenningen van schietstanden];
6° […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006);
7° de formulieren betreffende de inbeslagneming, de vrijwillige afstand of de tijdelijke inbewaargeving van een vuurwapen bedoeld in artikel 26;
8° […](opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006);
[9° de berichten van overdracht overeenkomstig het model nr. 11 ]
[10° de gegevens bedoeld in de artikelen 24 en 29/1.]

Met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, 1° tot 4°, worden alleen volgende gegevens vermeld : identiteit van de houder, zijn nationaliteit, zijn adres, de voornaamste kenmerken van het wapen, de identificatiegegevens van het betrokken formulier en, in voorkomend geval, de identiteit van de overdrager.

Met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, 5° en 6°, worden alleen volgende gegevens vermeld : identiteit van de houder, zijn nationaliteit, zijn adres, de plaats waar de activiteit waarop de erkenning betrekking heeft, wordt uitgeoefend en de identificatiegegevens van het betrokken formulier.

Met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, 7°, worden alleen volgende gegevens vermeld : identiteit van de persoon die het wapen in bewaring geeft of bij wie het in beslag is genomen, zijn nationaliteit, zijn adres, de voornaamste kenmerken van het wapen en de identificatiegegevens van het betrokken formulier.

[De voornaamste kenmerken van elk [vergunningsplichtig vuurwapen] dat deel uitmaakt van een privé-verzameling van historische aard [of dat voorhanden wordt gehouden door een persoon erkend overeenkomstig artikel 6, § 2, van de Wapenwet] worden vermeld en gekoppeld aan de identiteit en het adres van de houder van de erkenning die erop betrekking heeft en het nummer daarvan.]
(gewijzigd door art. 4 KB 17.VI.2002 en art. 6 KB 29.XII.2006)
eerste lid, 10° ingevoegd door art. 7 KB 10.X.10

Art. 29/1. Met het oog op de opspoorbaarheid van de vuurwapens, brengt de proefbank voor vuurwapens een uniek nationaal identiteitsnummer voor elk vuurwapen dat in België in omloop zal worden gebracht in het Centraal Wapenregister in. De kenmerken van het wapen en de identiteit van de fabrikant of de invoerder worden ook ingebracht. Deze verplichting geldt niet voor wapens die na de wettelijke proef door de fabrikant of de invoerder worden uitgevoerd. Ze geldt evenmin voor de vrij verkrijgbare vuurwapens.

Als het vuurwapen in België aan de wettelijke proef is onderworpen en de fabrikant of invoerder onmiddellijk bevestigt dat het in België in omloop zal worden gebracht, voert de proefbank voor vuurwapens de in het vorige lid bedoelde gegevens in het Centraal Wapenregister in na de uitvoering van de wettelijke proef.

Als de fabrikant of invoerder pas later beslist of het vuurwapen in België in omloop zal worden gebracht, bezorgt hij voor enige overdracht ervan deze gegevens aan de proefbank voor vuurwapens, die ze in het Centraal Wapenregister invoert.

Als het vuurwapen niet moet worden beproefd in België, is de directeur van de proefbank voor vuurwapens gemachtigd, geval per geval en op basis van zijn kennis van de wapensector, de historiek van de erkenning van de betrokkene, de oorsprong van de wapens in al dan niet een lidstaat van de Overeenkomst tot wederzijdse erkenning van de beproevingsstempels voor draagbare vuurwapens, en het reglement, opgemaakt te Brussel op 1 juli 1969, en het al dan niet bestaan van een document opgesteld door een onafhankelijke derde dat aanleiding geeft tot twijfels over de correctheid van de gegevens, te bepalen welke wapens hem fysiek moeten worden voorgelegd. Tweedehandse wapens moeten in elk geval worden voorgelegd. Wanneer de wapens niet fysiek moeten worden voorgelegd, bezorgt de fabrikant of invoerder aan de proefbank voor vuurwapens een gedetailleerde en op eer eenvormig verklaarde lijst waarop alle technische kenmerken van de wapens staan vermeld. De proefbank voor vuurwapens voert de gegevens in in het Centraal Wapenregister.
art. 29/1 ingevoegd door art. 8 KB 10.X.10

Art. 30. De bevoegde overheden moeten het centraal wapenregister binnen acht dagen in kennis stellen van de uitreiking of van de ontvangst van de stukken bedoeld in artikel 29.

Zulks geldt ook in geval van intrekking, verval, schorsing, teruggave of wijziging van die stukken.


HOOFDSTUK X. - Bijzondere bepaling.

Art. 31. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)


HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen.

Art. 32. Het koninklijk besluit van 14 juni 1933 tot uitvoering van de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1934, 6 september 1951 en 8 april 1989, wordt opgeheven.

Art. 33. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 34. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 35. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 36. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 37. […] (opgeheven door art. 6 KB 29.XII.2006)

Art. 38. De artikelen 23, 1°, 2° en 3°, en 26 worden van kracht op 1 januari 1992.

Art. 39. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Binnenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage - MODEL NR. 9bis