24 JUNI 1924 - Koninklijk Besluit houdende het algemeen reglement der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik

publicatie: B.S. 25 juli 1924

TITEL I. - Verkiezing der aan het bestuurscollege toegevoegde wappenmeesters en afgevaardigde werklieden.
TITEL II. - Het bestuurscollege.
TITEL III. - Van den directeur en het personeel.
TITEL IV. - Van het bestuur en van de comptabiliteit.
TITEL V. - Over het beproeven van draagbare vuurwapens van Belgisch fabrikaat met een kaliber van 35 millimeter of minder.
TITEL VI. -Uit het buitenland ingevoerde handvuurwapens met een kaliber van 35 mm of minder.
TITEL VII. - Beproeving van veranderde oorlogswapens.
TITEL VIII. - Algemene bepalingen.
TITEL IX. - Opsporing en vaststelling van de inbreuken.
TITEL X. - Reis en verblijfkosten.


TITEL I. - Verkiezing der aan het bestuurscollege toegevoegde wappenmeesters en afgevaardigde werklieden.

Artikel 1. Verkiezing der wapenmeesters. - Ieder jaar, voor 1 april, wordt, door het bestuurscollege en den directeur der wapenproefbank, overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 der wet dd. 24 mei 1888, gewijzigd door de wet dd. 10 Augustus 1923, de lijst opgemaakt der tot de verkiezing van wapenmeesters betreffende de kiezers. Die lijst wordt ter goedkeuring van den heer gouverneur der provincie Luik onderworpen.

Zij wordt dan in de bureelen van het provinciaal bestuur ter inzage gelegd der belanghebbenden en een exemplaar van bedoelde lijst wordt, door toedoen van den directeur der proefbank, aan elken belabghebbende gestuurd.

De klaagschriften mogen tot 15 Juli aan den gouverneur worden overgemaakt.

Omtrent die klaagschriften beslist die ambtenaar in den loop der maand en verklaart alsdan de lijst als zijnde voor vast opgemaakt.

De gemotiveerde beslissing wordt onmiddelijk aan de betrokkenen genotificeerd.

De kierzerslijst is geldig gedurende één jaar te rekenen van af den datum waarop zij voor vast werd goedgekeurd.

De gouverneur kondigt, in 't begin van de maand October, door een persoonlijken oproep aan iederen kiezer, de openstaande plaatsen aan die dienen aangevuld.

De candidaten dienen voor 15 October voorgesteld.De voorstellen dienen door zes kiezers en voor aanneming door den candidaat geteekend.

Zij worden aan den griffier van het provinciebestuur tegen ontvangstbewijs overhandigd.

Onmiddellijk na 15 October, maakt de gouverneur de lijst op der geldig voorgestelde candidaten.

Indien hun getal dit ter te verleenen mandaten niet overschrijdt, maakt de gouverneur daarvan proces-verbaal op en verklaart de voorgestelde candidaten gekozen.

Indien er geen enkel voorstel gedaan werd of indien het getal voorgestelde candidaten geringer is dan de openstaande lidmaatschappen, doet de gouverneur een nieuwen oproep tot de candidaten. Het laatste tijdsbestek voor hun voorstelling wordt dan verschoven tot 31 October.

Zoo eene verkiezing noodig is, zal zij plaats hebben in de tweede helft van de maand November, op den datum en de plaats door den gouverneur vastgesteld.

Minstens vijftien dagen, voor dezen datum, noodigt de gouverneur de op de kiezerslijsten ingeschreven kiezers uit, door een te hunner domicilie gestuurden brief, op de plaats, dag en uur, die hij aanduidt, te vergaderen ten einde de wapenmeesters te verkiezen.

De namen der regelmatig voorgestelde candidaten worden op de uitnoodigingsbrieven vermeld en dienen als indentiteitsstuk bij de verkiezing.

De kiesvergadering wordt door den gouverneur of een ambtenaar van het provinciebestuur door hem aangeduid, voorgezeten.

De voorzitter duidt onder de tegenwoordige kiezers, en akkoordgaande met hen, twee personen aan om de functies van stemopnomer waar te nemen.

De directeur der proefbank neemt het ambt van secretaris waar.

De stemming is geheim.

Bij zijn naamaflezing plaats iedere kiezer zijn stembriefje of stembriefjes in de stembus.

Na de naamaflezing, noodigt de voorzitter degenen, die niet gestemd hebben, uit zich kenbaar te maken en van te stemmen.

De voorzitter gaat over tot de stemopneming en doelt dadelijk den uitslag mede.

Geen candidaat kan bij de eerste stemming worden gekozen tenware hij meer dan de helft der stemmen bekwam.

Indien al de wapenmeesters niet bij de eerste stemming werden verkozen, maakt het bureel een lijst op der candidaten, die de meeste stemmen bekwamen.

Zoo mogelijk omvat die lijst tweemaal zooveel namen als er nog te verkiezen wapenmeesters zijn.

De stemmen mogen alleen aan die candidaten worden verleend.

De benoeming heeft plaats bij meerderheid van stemmen.

Bij gelijke stemmen wordt de oudste verkozen.

De verkozen wapenmeesters ontvangen vanwege den gouverneur, bericht over hun benoeming.

Art. 2. Verkiezing der aan het bestuurscollege, krachtens artikel 2 der wet dd. 10 Augustus 1923, toegevoegde afgevaardigde werklieden. - De directeur der proefbank maakt ieder jaar, voor 1 April, de lijst op der geweergarnierders en der systemeerders der geweren met laadstokken, die gedurende het vorig jaar rechtstreeksche betrekking hadden met de inrichting.

Zijn in rechtstreeksche betrekking met de proefbank de garnierders, die voor eigen rekening, geweerloopen ter beproeving aanbieden en de systemeerders, die hun systemeeringwerk aan de controle onderwerpen.

De door het bestuurscollege opgemaakte lijst wordt voor goedkeuring aan den gouverneur der provincie Luik onderworpen, die vervolgens, zoals voor de verkiezing der wapenmeesters handelt.

Alle drie jaar, in de maand November, is er verkiezing voor twee afgevaardigde werklieden, die dienen genomen tusschen de werklieden, die op de laatste lijst voorkomen.

Ingeval er een plaats open komt ingevolge overlijden, ontslag of anderszins, mag er een speciale verkiezing plaats hebben; de in deze voorwaarden verkozen afgevaardigden vervolledigen het maandaatvan hen die ze vervangen.

De afgevaardigde werklieden zijn herkiesbaar.


TITEL II. - Het bestuurscollege.

Art. 3. Het bestuurscollege heeft hoofdzakelijk voor doel het opzoeken van alle verbetering en waarborg die omtrent het beproeven en het onderzoeken der wapens en deelen van vuurwapens kan worden gevonden.
Het bepaald, bij een dienstreglement, de uitvoeringsmaatregelen van deze verordening, de wijze waarop de voorgeschreven beproevingen dienen gedaan en de na te komen voorschriften in het onderzoek der wapens.

Art. 4. Zij stelt voor een trimester, een semester of een jaar, de kostprijs der proeven vast en bepaalt, onder goedkeuring van de regering, het voor elk beproefd wapen te betalen bedrag.

Het regelt al wat het beheer der inkomsten en uitgaven betreft alsook het plaatsen der gelden, die aan de Voorzorgs- en Pensioen- kas der proefbank toehooren.

Art. 5. Het maakt een werkplaatsreglement op, dat de orde- en tuchtmaatregelen bepaalt en de vereischte straffen voorziet. Dit reglement wordt aan de goedkeuring van de Minister van Nijverheid en Arbeid onderworpen.

Voor zoo ver het de ambstbevoegdheden toelaten, mag het de nutteloos bevonden betrekkingen afschaffen en aan de Minister van Nijverheid en Arbeid het inrichten aanraden van deze die noodig werden bevonden, het benoemt en zet de bedienden af; het vraagt om de benoeming of de afzetting der controleurs wier benoeming tot der Minister beheert.

Het mag ook, wegens gewichtige redenen, de afzetting van den directeur voorstellen; het voorziet in de tijdelijke vervanging er van in geval van overlijden of wettelijk belestel.

De leden van het bestuurscollege hebben ten alle tijde toegang in de lokalen der proefbank.

Art. 6. Het vergadert eenmaal per maand op den dag die het daartoe vaststelt en ter plaatse van den zetel der inrichting.

Het mag er ook, bovendien, toegeroepen worden te vergaderen wanneer het dienaangaande, door speciale uitnoodiging, onderteekend door den directeur, wordt verzocht of op verzoek van een der leden.

Geen enkele beslissing mag worden genomen tenzij minstens de helft plus een der leden van de in functie zijnde wapenmeesters aanwezig zij. Bij gelijke stemmen heeft de voorzitter beslissende stem.

De directeur der proefbank woont de vergaderingen van het bestuurscollege bij als secretaris en als vertegenwoordiger van het Departement van Nijverheid en Arbeid. Hij heeft raadgevende stem.

Hij maakt proces-verbaal op der werkzaamheden van het bestuurscollege.

De processen-verbaal worden in een register ingeschreven en onderteekent door de leden, die aan de beraadslaging deelnamen.

Art. 7. De leden van het bestuurscollege, die een persoonlijk of bijzonder belang hebben in een beraadslaging, nemen er geen deel aan.

Zij onthouden zich insgelijks wat betreft iedere zaak die hun familie of bloedverwanten, tot in den tweeden graad inbegrepen, mocht aanbelangen.


TITEL III. - Van den directeur en het personeel.

De directeur :

Art. 8. De directeur is persoonlijk belast de stipte naleving der wet, de reglementen en der beslissingen van het bestuurscollege na te gaan.

Hij is verantwoordelijk over de regelmatigheid van den algemeene dienst der proefbank.

Hij bewaart de keurijzers waarmede hij de goed bevonden wapens laat stempelen.

Ieder jaar, maakt hij een algemeen rapport op over den algemeenen gang van den dienst; dit rapport wordt medegedeeld aan het bestuurscollege en een exemplaar ervan wordt overgemaakt aan den heer Minister van Nijverheid en Arbeid.

Hij geeft aan de wapenfabrikanten kennis omtrent al de beslissingen, waarvan het nuttig is dat ze worden ingelicht.

Hij heeft rang van directeur bij het hoofdbestuur van het Ministerie van Nijverheid en Arbeid en is geoorlofd, in officieele plechtigheden het daaraan verbonden ambtsgewaad te dragen.

Na vijftien jaar functie, mag hij op de voordracht van den Minister van Nijverheid, Arbeid en Maatschappelijke Voorzorg, met de directeurs-generaal worden gelijkgesteld.

Zijn jaarwedde is gelijk aan het maximum van de wedde van een directeur bij het hoofdbestuur en mag in geen geval, noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks, gewijzigd worden door een beslissing van de bestuurscommissie.

Deze wedde ondergaat de schommelingen van het algemeen indexcijfer der kleinhandelsprijzen van het Rijk, overeenkomstig de modaliteiten bepaald bij de wet van 12 april 1960 tot eenmaking van de verschillende stelsels van koppeling aan het indexcijfer der kleinhandelsprijzen. Die wedde wordt gekoppeld aan het indexcijfer 110.

De bestuurscommissie stelt kosteloos een woning te zijner beschikking. Zijn kosten van verlichting en verwarming vallen ten laste van de vuurproefbank.

Bij het in functie treden, stort de directeur een waarborgsom van 6.000 frank, terugbetalbaar bij beslissing van het bestuurscollege, na ophouding van zijn functies en na dat zijn rekenplichtigheid in regel werd bevonden.

Deze borgsom is interestbarend ten profijte van den directeur op denzelfden voet als deze vastgesteld voor de Staatsrekenplichtige ambtenaren.

Het personeel :

Art. 9. Het personeel is samengesteld uit : de diensthoofden, de rekenplichtigen, een hoofdcontroleur, controleurs toezichters, hoofdladers, hoofdkalibreeders, hoofdschutters, klerken en werklieden.

Het bestuurscollege bepaalt het aantal agenten van elke categorie; het mag, volgens de dienstnoodwendigheden, er het getal van vermeerderen of verminderen onverminderd wat voorzien is in artikel 5, aangaande de benoeming der controleurs.

Het personeel wordt jaarlijksch benoemd; de hoofdcontroleur en de controleurs door den Minister van Nijverheid en Arbeid op voorstel van het bestuurscollege; de diensthoofden, rekenplichtigen, klerken, toezichters, hoofdladers, hoofdkalibreeders, hoofdschutters, door het bestuurscollege, akkoordgaande met den directeur; de werklieden door den directeur.

De directeur mag, wegens gewichtige redenen, iedere beambte van de inrichting voorloopig schorsen, met dien verstande, dat hij daarvan onmiddellijke kennis dient te geven aan het bestuurscollege; indien deze maatregel wordt genomen omtrent een controleur, verwittigt daarvan het bestuurscollege, binnen de acht dagen, den heer Minister van Nijverheid en Arbeid en laat hem het advies en de voorstellen van bedoeld college kennen.

Wedden en loonen :

Art. 10. De minima wedden worden vastgesteld als volgt :

1 Diensthoofd..............................6.000 frank per jaar.
2 Rekenplichtige......................... 5.000 " " "
3 Hoofdcontroleur........................5.000 " " "
4 Controleur.........................…....4.000 " " "
5 Toezichters...........................….3.000 " " "
6 Hoofdkalibreerder, hoofdlader en
hoofdschutter..........................……2.500 " " "

De wedden der klerken en loonen der werklieden, worden vastgesteld door het bestuurscollege.

Het bestuurscollege bepaalt de bezoldigingsschaal en de te volgen regels voor de bezoldigingsverhooging, die boven de aangeduide minima wedden loopt.

Functie der diensthoofden :

Art. 11. De diensthoofden staan den directeur bij in het toezicht van een gedeelte of van al werkzaamheden van de proefbank.

Deze werkzaamheden bestaan uit drie diensten :
1° De dienst der werkhuizen 't is te zeggen, het beproevingsschieten, de controle en het stempelen der wapens;
2° Den dienst van de comptabiliteit en van de statistieken :
3° Den dienst van de ladingsbepaling voor de beproevingen en en van de balistische proefnemingen.

Functies van de controleurs en van de toezichters :

Art. 12. De hoofdcontroleur is verantwoorderlijk, tegenover den directeur, over de nauwkeurige naleving van het dienstreglement wat betreft het onderzoek der wapens, voor en na de schietbeproevingen.

Hij waakt over de juiste stempeling met de daaromtrent voorgeschreven merken en dienaangaande controleert hij onophoudelijk de verrichtingen der controleurs en der toezichters.

Art. 13. De controleurs en de toezichters zijn belast met het onderzoek der wapens tot het beproeven aangeboden alsook met de controle en het stempelen van die welke beproefd werden.

Zij weigeren de wapens, zoo het blijkt uit het onderzoek gedaan bij het inbregen van bedoelde wapens, dat deze niet werden afgewerkt volgens reglementsbepalingen, alsook die welke laten blijken van een beschadiging of gebrek, die het stempelen na de beproeving zou onmogelijk maken.

Zij onderzoeken de wapens na de schietbeproeving; zij stempelen met de voorgeschreven merken diegene die ze goed bevinden en verwerpen de gebrekkige.

Wanneer een wapen, van een gevaarlijk gebrek laat blijken dat nochtans kan worden verzacht en gestopt, wordt het aan het controleurscomité onderworpen, dat onderzoekt of het al dan niet als onherstelbaar dient aangezien; zoo ja, wordt de fabrikant daaromtrent verwittigd; deze mag, over de acht dagen, zich beroepen op het bestuurscollege. Na dit tijdsbestek wordt het gebrekkig wapen of het gebrekkig deel van het wapen aangezien als onherstelbaar en aan den fabrikant terug besteld.

Het dienstreglement bepaalt de samenstelling van het controleurscomité.

Art. 14. De proefbank is er toe verplicht aan de rechthebbenden de waarde of den herstellingsprijs te betalen van de wapens, waarvan de beschadiging, behoorlijk vastgesteld, ten bezware van het personeel valt.

Art. 15. Het is aan den directeur en aan het personeel verboden rechtstreeks of onrechtstreeks handelsbetrekkingen te hebben met de wapenfabrikanten of werklieden-wapenmakers.


TITEL IV. - Van het bestuur en van de comptabiliteit.

Art. 16. De kas van de inrichting bestaat uit een rekening-courant met een bankinstelling, te Luik, aangeduid door het bestuurscollege.

Na verloop van ieder kwartaal onderwerpt de directeur aan de goedkeuring van het bestuurscollege de rekening der ontvangsten en uitgaven.

Hij maakt, in den loop der eerste twee maanden van 't jaar, de rekening op der inkomsten en uitgavenvan het verloopen jaar.

Die rekening, na goedkeuring vanwege het bestuurscollege, wordt gedrukt en gestuurd naar al de wapenfabrikanten en een exemplaar er van, voor echt onderteekend door het bestuurcollege, wordt aan den heer minister van nijverheid en arbeid overgemaakt.

Art. 17. De aankoop der tot den dienst der proefbank noodig zijnde zaken, alsook de verkoop van oud-metaal en buiten gebruik zijnde materialen geschiet bij openbare- of bij onderhandsche aanbestedingen.

In speciale gevallen mag het bestuurscollege vrije onderhandelingen voeren.

Iedere koop- of verloopafsluiting wordt beheersch door de bepalingen en voorwaarden van de door het bestuurscollege opgemaakte aanbestedingsvoorwaarden.

Art. 18. De ten bate der inrichting te innen sommen geschiedt door middel van den bankier van de proefbank.

De voor het beproeven te betalen priks dient nochtans, in gevallen door het bestuurscollege bepaald, ter proefbank betaald tegen teruggave der beproefde wapens.

Art. 19. Op het einde van ieder dienstjaar wordt er van de ontvangsten afgetrokken :
15 000 frank ten baten der Voorzorgs- en Pensioenkas der proefbank;
10 000 frank ten bate van de kas der Mutualiteitsverzekering der werklieden-wapenmakers;
5 000 frank ten bate van het Wapenmuseum, te Luik.

Indien het saldo betrekkelijke de ontvangsten en de uitgaven het toelaat, mag het bestuurscollege van de wapenproefbank elke subsidie verhogen tot een bedrag door bedoeld college vast te stellen.

Bovendien zal er een afhouding van minstens 20 t. h. op dit overschot gebeuren en gebruikt worden tot vorming van een reservefonds bestemd om te voorzien in de onverwachte behoeften van de instelling; het maximumbedrag van het reservefonds wordt bepaald op 10.000.0000 frank; geen enkele afhouding van dit fonds mag gebeuren behalve met machtiging door koninklijk besluit.


TITEL V. - Over het beproeven van draagbare vuurwapens van Belgisch fabrikaat met een kaliber van 35 millimeter of minder.


Hoofdstuk I.

Art. 20.Voor de beproevingsdienst worden de draagbare vuurwapens ingedeeld in volgende klassen en kategorieën :
a) Klasse van wapens met lange loop.
1e kategorie : gladde voorlaadgeweren;
2e kategorie : gladde achterlaadgeweren;
3e kategorie : salonkarabijnen;
4e kategorie : getrokken geweren, getrokken karabijnen, getrokken automatische geweren, automatische karabijnen, mitrailleuses, enz.;
5e kategorie : wapens met mixte-loop met minstens één kogelschot.
b) Klasse van wapens met korte loop.
1e kategorie : revolvers;
2e kategorie : automatische pistolen en mitrailleurpistolen;
3e kategorie : pistolen met Flobert- of revolverpatronen;
4e kategorie : bascule-pistolen met patronen met klein lood;
5e kategorie : voorlaadpistolen.
c) Klasse van wapens bestemd voor de bewapening van een regelmatige strijdmacht.
d) Klasse van wapens tot een bijzonder type behorend.

Art. 21. Worden beschouwd als " gedeelten van wapens aan beproeving onderworpen " en onder toepassing vallend van artikel 10 van de wet van 24 mei 1888, elk van de hierna vermelde onderdelen :
1. Voor voorlaadwapens (geweren en pistolen) :
de loop,
de sluitschroef.
2. Voor bascule- of vouwwapens (geweren, karabijnen, pistolen) :
de loop,
de bascule.
3. Voor wapens met vaste loop :
de loop,
het sluittoestel en het grendeltoestel.
4. Voor revolvers :
de loop,
de karkas,
de cilinder.

Wat de wapens van een nieuw type en de speciale wapens betreft, bepaalt het bestuurscollege, in overleg met het bestuur van de wapenproefbank, in zijn dienstreglement, welke onderdelen aan beproeving zijn onderworpen.

Voor de beproeving van afzonderlijke onderdelen, wordt het materieel, nodig voor de uitvoering van het proefschieten, door de fabrikant ter beschikking van de wapenproefbank gesteld.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van de wet van 24 mei 1888, houdende regeling van de toestand der proefbank voor vuurwapens gevestigd te Luik, mag geen van de bovenvermelde, ongetint afgewerkte, onderdelen, hetzij afzonderlijk, hetzij aan een ander deel verbonden, uitgevoerd worden zonder vooraf de proefstempelmerken te hebben bekomen, uitgenomen nochtans wanneer de uitvoer rechtstreeks geschiedt aan het adres van een ambtelijk erkende buitenlandse wapenproefbank.

Wordt als "ongetint afgewerkt" beschouwd, elk wapendeel, met algemene eindafmetingen en dat als zodanig kan verbonden worden met andere bestanddelen van het wapen.


Hoofdstuk II. - Beproeving van wapens met lange loop.

Afdeling I. - Beproeving van voorlaadgeweren (1e kategorie).

Verplichte beproeving.

Art. 22. A. Voorlaadgeweren moeten beproefd worden.
Die beproeving geschiedt op de volledig ongetint afgewerkte loop, voorzien van de vaste schroef en het percussiestelsel.
De proefladingen zijn deze aangeduid in het dienstreglement.
De na beproeving goed bevonden geweren worden met onderstaande merken gestempeld :
op de loop :
- het kaliber, aan de mond gemeten, in millimeters en tienden millimeter;

- het eindgoedkeuringsmerk:

op elke schroef : het perron:

B. Op uitdrukkelijk verzoek van de fabrikant, mag de beproeving van voorlaadpercussiegeweren gedaan worden met een sterkere lading, dezelfde als deze voorzien in het dienstreglement voor de niet-verplichte beproeving van de gladde achterlaadgeweren.
Voor aldus beproefde lopen wordt het goedkeuringsmerk door het volgende merk vervangen :

Afdeling II. - Beproeving van gladde achterlaadgeweren (2e kategorie).

Niet-verplichte voorlopige beproeving.

Art. 23. Vooraleer de bij artikel 24 voorgeschreven verplichte beproeving te ondergaan, mogen de beslagen geweerlopen aan een niet-verplichte voorlopige beproeving onderworpen worden.

Deze beproeving zal geschieden wanneer het herborings- en garneringswerk volgens de voorschriften van het dienstreglement voltrokken is en vooraleer de patroonkamers gemaakt zijn.

De proefladingen zijn zo bepaald dat ze, aan de kulas, een druk van 800 bars ontwikkelen.
Het gewicht aan schiemlood, gebruikt voor deze beproeving, is aangeduid in het dienstreglement.

Geweerlopen die aan deze proef weerstaan worden gestempeld met het merk :

Verplichte beproeving.

Art. 24. Gladde achter laadjachtgeweren worden onderworpen aan een verplichte beproeving. Ze worden ongetint afgewerkt tot beproeving aangeboden, dit wil zeggen nadat de loop (eventueel met zijn polychoke gelast of geschroefd, met of zonder voorlaadrem) en het sluittoestel in- en uitwendig hun definitieve afmetingen bezitten.

In afwijking van dit voorschrift mogen ze, leveringsklaar, gebronsd of geparkeriseerd beproefd worden. Nochtans mag de fabrikant slechts van deze afwijking genieten mits zich naar het dienstreglement te schikken.

Het dienstreglement bepaalt de voorwaarden die dienen nageleefd voor het onderzoek van de wapens voor en na de beproeving.

De tot de beproeving aangenomen wapens worden vooreerst gekalibreerd. Het kalibreren bestaat in het meten van de diameter van de loop te rekenen tussen 20 en 30 cm van de kulas en de lengte van de patroonkamer. Die afmetingen worden samen met het nominaal kaliber op de loop gestempeld. Elke wijziging van deze afmetingen heeft als gevolg dat het wapen opnieuw moet beproefd worden.

De beproeving bestaat in het afschieten van twee patronen per loop.

Onderstaande tabel duidt de druk in bars voor de verscheidene kalibers en kamerlengten aan.

Op verzoek van de fabrikant, mogen de hierboven vermelde patronen vervangen worden door twee volkomen gelijke patronen die beide tegelijkertijd aan de twee manometers de voorgeschreven druk ontwikkelen.

Iedere druk wordt gemeten bij middel van crusherscilinders en van de overeenkomstige tabel van het "Laboratoire central de l'Artillerie navale" te Parijs.

Na onderzoek, worden de geweren die aan deze beproeving weerstonden, gestempeld met de volgende merken :

Op iedere loop :
- het kaliber in millimeters en tienden millimeter;
- het nominaal kaliber van de patroonkamer en de lengte van de voor de kamer geschikte jachthuls;
- het goedkeuringsmerk :

Op de loopplaat :
- het gewicht van de loop in kg en g.
Op de sluithaken, indien ze niet met de geweerlopen uit de smidse kwamen :

het perron : Op het sluittoestel :

Niet-verplichte versterkte beproeving.

Art. 25. Op voerzoek van de fabrikant, mag het wapen, in plaats van de beproeving voorzien in artikel 24, aan de hierna beschreven versterkte beproeving onderworpen worden.

Het onderzoek bij aankomst en het kalibreren geschieden zoals voorzien bij artikel 24.

Het proefschieten bestaat in het afschieten van twee patronen per loop.

Onderstaande tabel duidt de druk, in bars, voor de verscheidene kalibers aan.

De geweren die vroeger aan de in artikel 24 beschreven beproeving zouden hebben weerstaan, mogen, op verzoek van de fabrikant, de versterkte beproeving ondergaan.

In dat geval, zal er slechts één patroon per loop afgeschoten worden, die aan de eerste manometer een druk ontwikkelt van 1 200 of 1 400 bars volgens het kaliber.

Na onderzoek, worden de geweren, die aan deze beproeving weerstonden, gestempeld met de merken voorzien in artikel 24.

Nochtans, wordt het merk gewijzigd door het toevoegen van palmen :

Art. 25bis. Op verzoek van de fabrikant mogen de gladde achterlaadgeweren onderworpen worden
aan een speciale beproeving " staalhagel ".

Het onderzoek bij aankomst en het kalibreren geschieden zoals voorzien bij artikel 24.

Het proefschieten bestaat in het afschieten van 3 proefpatronen " staalhagel " per loop met de volgende kenmerken :
- staalkogels : 4,60 mm diameter;
- 1370 bar aan de eerste manometer en 500 bar aan de tweede manometer moeten tegelijkertijd ontwikkeld worden;
- bewegingshoeveelheid (MV) : 17,5 Ns gemeten op 2,5 m van de mond van de manometer.

Na onderzoek wordt het geweer, die aan deze beproeving weerstaan heeft, gestempeld met het merk :

Overgangsmaatregelen.

Art. 26. Beproeving met rookzwak kruit.
Geweren die, voor de inwerkingtreding van dit besluit, de eindbeproeving met zwart buskruit, voorgeschreven bij de tot dan toe geldende bepalingen hebben ondergaan, worden beschouwd te hebben voldaan aan de vereisten bepaald bij artikel 10 van de wet van 24 mei 1888 houdende regeling van de toestand van de proefbank voor vuurwapens.

Ze mogen nog aangeboden worden voor de beproevingen met rookzwak kruit, hetzij voor de normale beproeving, hetzij voor de verstrekte beproeving.

De wapens voor die beproevingen aangeboden, dienen ofwel leveringsklaar, ofwel ongetint geheel afgewerkt te zijn.
a) Normale beproeving
Deze beproeving bestaat in het afschieten, met iedere loop, van één met rookzwak kruit gevulde patroon, waarbij voor de kalibers 16 en groter een maximum druk van 900 bars wordt bekomen; voor de kalibers kleiner dan 16 een van 1 000 bars.
Nochtans, voor geweren met een patroonkamer van 76 mm of langer, wordt die druk onderscheidenlijk op 1 000 en 1 100 bars gebracht.
b) Versterkte beproeving
Deze beproeving bestaat in het afschieten, met iedere loop, welke de kamerlengte ook is, van één met rookzwak kruit gevulde patroon waarbij voor de kalibers 16 en groter een maximum druk van 1 200 bars wordt bekomen; voor de kalibers kleiner dan 16 een van 1 400 bars.
Deze druk is die gemeten bij middel van de eerste manometer van het crushertoestel van het type van de internationale modellen.
Het beproefd wapen zal met de volgende bijkomende merken worden gestempeld :
op iedere loop en op het sluittoestel :

- voor de normale beproeving :

- voor de versterkte beproeving :

op de loopplaat : het gewicht van de loop in kg en g.

Art. 27. Voor de wapens, bedoeld bij de artikelen 24, 25 en 26, wordt, op zijn verzoek, aan de fabrikant een attestoverhandigd.

Dit attest draagt een volgnummer en vermeldt :
- het systeem van het wapen en in hoever het is afgewerkt bij de beproeving;
- de fabricagenummers;
- de inwendige diameter van de geweerlopen uitgedrukt in millimeter en tiendenmillimeter, en het nominaal kaliber;
- de lengte van de huls waarvoor de kamer van het wapen werd geboord;
- het gewicht van de loop in kg en g;
- de totale lengte van de loop uitgedrukt in millimeter;
- de proefdruk.

Afdeling III. - Beproeving van de salonkarabijnen (3e kategorie).

Art. 28. De salonkarabijnen ondergaan één enkele proef op de geheel afgewerkte ongetinte loop, voorzien van trekker, sluit- en percussietoestel.

De beproeving geschiedt met zwart buskruit en bestaat in het afschieten van een patroon boordevol gevuld met allerfijnst zwart beproevingskruit en geladen met de dienstkogel.

De merken voor deze beproeving zijn de volgende :
op de loop :
- de handelsbenaming van de patroon.

- het goedkeuringsmerk :

op de hoofddelen van het sluittoestel :

- het perron:

Saloonkarabijnen die een met rookzwak kruit gevulde patroon kunnen afschieten, moeten volgens de voorschriften van artikel 29 beproefd worden.

Afdeling IV. - Beproeving van getrokken geweren, getrokken karabijnen, getrokken automatische geweren, automatische karabijnen, mitrailleuses, enz. (4e kategorie).

Art. 29. Getrokken achterlaadgeweren, mousquetons of getrokken karabijnen, mitrailleur-geweren, mitrailleuses en alle andere automatische wapens en wapens met automatische lading worden met rookzwak kruit beproefd.

Het wapend wordt ter proef aangeboden ongetint afgewerkt, nadat loop en sluittoestel in- en uitwending hun eindafmetingen hebben. In afwijking hiervan mogen de sportkarabijnen van het kaliber 22 leveringsklaar beproefd worden. Nochtans mag de fabrikant enkel van deze afwijking genieten mits zich naar het dienstreglement te gedragen.

De beproeving bestaat in het afschieten van twee proefpatronen per loop. Deze patronen ontwikkelen een druk die deze van de sterkste patronen van hetzelfde kaliber die men in de handel aantreft, met 30 pct. overtreft.) <

Het afschieten van de tweede proefpatroon wordt afgeschaft voor de met randpercussie getrokken karabijnen van het kaliber 22 en kleiner.

De merken die na deze verplichte beproeving op het wapen worden gestempeld, zijn de volgende :
op de loop :
- het merk "B. PLOMB" indien de dienstkogel uit lood is, dit merk wordt evenwel niet gestempeld op de karabijnen van het kaliber .22 en kleiner.
- de handelsbenaming van de patroon, aangeduid door de deponent op de beproevingsbon (die aanduiding mag vooraf door de fabrikant worden aangebracht; zo nodig afgekort).

- het goedkeuringsmerk :

- voor de "express" karabijnen, de druk van de handelspatroon waarvoor het wapen beproefd werd.
op de hoofddelen van het sluittoestel :

- het goedkeuringsmerk :

Wat de "express" karabijnen betreft, wordt, op zijn verzoek, aan de fabrikant omtrent de beproeving met rookzwak kruit een attest overhandigd, dat vermeldt :
- de toestand van het wapen op het ogenblik van de beproeving;
- de fabricagenummers;
- de handelsbenaming van de dienstpatroon;
- "BALLE PLOMB" indien de dienstpatroon uit lood is;
- het gewicht en de lengte van de loop;
- de druk van de proefpatroon en van de handelspatroon.

Art. 30. Op verzoek van de fabricant, mogen de geweerlopen van de wapens van de 4e kategorie, aan een niet verplichte voorlopige beproeving onderworpen worden. Die beproeving geschiedt op de uitwendig afgewerkte loop, op de laatste polijsting na en na al de behandelingen van lassen en samenvoegen, inwendig ongetrokken, maar tot het eindkaliber herboord mits een speling die een vermindering van 2/10 van een millimeter mag bedragen en zonder gereedmaking van de kamer.

De geweerlopen dienen langs achter door een vijzelschroef gesloten.

De proeflading dient als volgt samengesteld :
- tweemaal het gewicht zwart proefkruit dat de diensthuls van het ermee in verband staande wapen kan bevatten, een cilindervormige kogel uit lood, die 1 1/2 maal het gewicht bedraagt van de reglementaire kogel.

De geweerlopen die aan deze beproeving weerstaan, worden met het merk gestempeld. De handelsbenaming van de patroon waartoe ze bestemd zijn, wordt op de loop gestempeld.

Afdeling V. - Beproeving van wapens met mixte-loop (5e kategorie).

Art. 31. De getrokken geweerlopen van wapens met mixte-loop en met minstens één kogelloop ondergaan de beproeving beschreven in de artikelen 29 en 30 en de gladde geweerlopen van diezelfde wapens, deze beschreven in de artikelen 24, 25, 26 en 27.


Hoofdstuk III. - Beproeving van wapens met korte loop.

Afdeling I. - Beproeving van revolvers (1e kategorie).

Art. 32. Revolvers worden op het afgewerkt maar ongetint wapen beproefd, hetzij met zwart, hetzij met rookzwak kruit.
Revolvers die het afvuren van een met rookzwak kruit gevulde patroon toelaten, worden met rookzwak kruit beproefd.

De beproeving bestaat in het afschieten van zoveel proefpatronen als de cilinder er kan inhouden.

De proefpatronen met zwart kruit zijn zodanig gevuld dat ze een druk verwekken die met 30 pct. deze van de handelspatronen met zwart kruit geladen, overtreft.

De proefpatronen met rookzwak kruit zijn zodanig gevuld dat ze 50 pct. meer druk verwekken dan deze gewoonlijk teweeggebracht door de sterkste patronen van hetzelfde kaliber die men gewoonlijk in de handel aantreft.

Na beproeving, worden de revolvers met de volgende merken gestempeld :
op de loop of op het wapen, op een goed zichtbare plaats :
- de handelsbenaming van de patroon, afgekort. Deze aanduiding mag vooraf door de fabrikant gedaan worden.
Beproeving met zwart kruit

- op de loop en de karkas : het perron ;

- op de cilinder : het goedkeuringsmerk :

Beproeving met rookzwak kruit

- op de loop, de cilinder en de karkas :

Afdeling II. - Beproeving van automatische pistolen en mitrailleur-pistolen (2e kategorie).

Art. 33. De beproeving van automatische pistolen en van mitrailleur-pistolen geschiedt uitsluitend met rookzwak kruit. Ze bestaat in het afschieten van twee proefpatronen.)

De proefpatronen worden zodanig geladen dat ze 50 pct. meer druk verwekken dan deze gewoonlijk teweeggebracht door de sterkste patronen van hetzelfde kaliber die men gewoonlijk in de handel aantreft.)

Het afschieten van de tweede proefpartroon wordt afgeschaft voor de automatische pistolen met randpercussie van het kaliber 22.

De proef geschiedt op het afgewerkt maar ongetint wapen. In afwijking van dit voorschrift, mogen de automatische pistolen leveringsklaar beproefd worden. Nochtans, mag de fabrikant alleen van deze afwijking genieten mits zich te schikken naar het dienstreglement.

De beproefde pistolen worden met de volgende merken gestempeld :
op de loop en de stukken aan de beproeving onderworpen :

- het goedkeuringsmerk :

op de loop, op een goed zichtbare plaats :
- de handelsbenaming van de patroon.

Die aanduiding mag vooraf door de fabrikant worden gedaan.

Afdeling III. - Beproeving van pistolen voor Flobert- of revolverpatronen (3e kategorie).

Art. 34. Pistolen, met één of twee schoten, bestemd voor het schieten van een Flobert-patroon, of voor een patroon van het gewoon type voor revolvers, worden aan één enkele beproeving onderworpen wanneer ze geheel afgewerkt doch ongetint zijn.

De beproeving bestaat in het afschieten van één proefpatroon per loop : de patroon is samengesteld zoals in artikelen 28 en 32 bepaald.

De beproefde pistolen worden gestempeld met volgende merken :
op de loop : de handelsbenaming van de patroon.

Die aanduiding mag vooraf door de fabrikant gedaan worden.

A. Voor de pistolen beproefd met zwart kruit :

op de loop : het goedkeuringsmerk :

op de andere stukken aan de beproeving onderworpen : het perron:

B. Voor de pistolen beproefd met rookzwak kruit :
op de loop en de andere stukken aan de beproeving onder worpen : het goedkeuringsmerk :

Afdeling IV. - Beproeving van bascule-pistolen voor patronen met klein schietlood van het kaliber 12 mm en meer (4e kategorie ).

Art. 35. Ongetrokken bascule-pistolen, met één of twee schoten voor jachtpatronen met klein lood van kaliber 12 mm ( 410 of 36 ) en meer, worden beproef volgens dezelfde voorschriften en dezelfde drukken als de gladde achterlaadjachtgeweren met overeenstemmende kalibers.

Na de beproeving, worden die pistolen gestempeld zoals voor de gladde jachtgeweren voorgeschreven is.

Afdeling V. - Beproeving van voorlaadpistolen en revolvers (5e kategorie).

Art. 36. Voorlaadpistolen met één of twee schoten en voorlaadrevolvers worden beproefd en gestempeld volgens dezelfde regels en voorwaarden als voor de gladde voorlaadgeweren.


Hoofdstuk IV. - Beproeving van wapens bestemd voor de bewapening van een regelmatige strijdmacht.

Art. 37. Indien wapens bestemd voor de bewapening van een regelmatige strijdmacht dienen in ontvangst genomen te worden door een officiële militaire commissie, dan mag de door die commisie aangeduide lading voor het proefschieten aangenomen worden indien zij de gemiddelde druk van de reglementaire dienstpatronen voor wapens met lange loop minstens met 30 pct. overschrijdt en deze van de reglementaire dienstpatronen voor revolvers, pistolen en mitrailleur-pistolen met 50 pct.

Die druk wordt door de wapenproefbank gecontroleerd.
A. De wapens met lange loop en de mitrailleur-pistolen worden na de beproeving als volgt gestempeld :

op de loop : het goedkeuringsmerk :

op de andere stukken aan de beproeving onderworpen : het perron :

B. De revolvers en de automatische pistolen worden gestempeld zoals bepaald in de artikelen 32 en 33.


Hoofdstuk V. - Beproeving van wapens van een bijzonder type.

Afdeling I. - Beproeving van signaalkanons.

Art. 38. De beproeving van signaalkanons waarmee kartonen jachtpatronen worden geschoten, bestaat in het afschieten van één patroon die aan de eerste manometer een druk van 600 bars verwekt.

Na de beproeving, worden deze wapens met de volgende merken gestempeld :
op de loop :
- het nominaal kaliber van de patroonkamer;

- het goedkeuringsmerk :
op het sluittoestel : het perron :

Afdeling II. - Beproeving van slachttoestellen.

Art. 39. Voor het beproeven en het stempelen worden slachttoestellen gelijkgesteld met de éénlopige pistolen waarmee dezelfde munitie wordt geschoten.

Afdeling III. - Beproeving van insteeklopen.

Art. 40. Insteeklopen, gekamerd voor Flobert-patronen van het kaliber 6 mm en minder, zijn beproevingsvrij. Deze, bestemd tot het schieten van een andere munitie worden beproefd en gestempeld zoals de karabijnlopen waarmee dezelfde munitie wordt geschoten.

Afdeling IV. - Beproeving van toestellen bestemd voor het meten van schietdrukken.

Art. 41. Drukregistrerende toestellen, crushers of andere, worden aan één enkele proef onderworpen, met dien verstande dat de loop en het sluittoestel geheel afgewerkt doch ongetint dienen te zijn.

De proeflading is zo bepaald dat zij een maximumdruk teweeg brengt van minstens 50 pct. hoger dan deze van de sterkste dienstpatroon van hetzelfde kaliber.

Na beproeving, worden ze gestempeld met het goedkeuringsmerk

of met het merk van de Internationale Technische Commissie van de wapenproefbanken :

indien het een internationaal standaard-type geldt voor officieel gebruik.

Afdeling V. - Beproeving van wapens van een niet-voorziene type

Art. 42. De voorwaarden en de prijs voor het beproeven van vuurwapens van buitengewoon kaliber of type, niet voorzien door de artikelen 20 tot 41, worden door de directeur in akkoord met het bestuurscollege, vastgesteld.


TITEL VI. -Uit het buitenland ingevoerde handvuurwapens met een kaliber van 35 mm of minder.

Art. 43. Worden in België erkend en met de Luiker-proefmerken gelijkgesteld, de merken van de wapenproefbanken van de Staten die de Internationale Conventie hebben ondertekend, hetreffende de wederzijdse erkenning van de officiële stempelmerken van de vuurwapens, alsook die van de buitenlandse wapenproefbanken die bij koninklijk besluit als met de onze overeenstemmend zullen erkend worden.
De naamlijst van die wapenproefbanken en het fac-simile van hun proefmerken komen voor de bijlage van dit reglement.

Art. 44. Ten laatste binnen de veertien dagen na hun aankomst in het land, dienen handvuurwapens, uit het buitenland ingevoerd, en die geen officieel erkend merk dragen, voor beproeving aan de wapenproefbank te Luik toegestuurd te worden.

De invoerder dient de wapenproefbank binnen de drie dagen van hun aankomst te verwittigen. De wapenproefbank meldt ontvangst van dit bericht.

Die wapens dienen de beproeving te ondergaan overeenstemmend met hun kategorie en krijgen op de loop en de voornaamste delen van het kulas en het sluittoestel, het speciaal merk voorbehouden aan de in België beproefde wapens van buitenlandse fabricage.


TITEL VII. - Beproeving van veranderde oorlogswapens.

Art. 45. Hij die een oorlogswapen zonder officieel erkend merk, als bedoeld in artikel 12 van de wet van 24 mei 1888 ontvangt, is verplicht, binnen acht dagen, bij geschreven melding aan de directeur van de wapenproefbank de plaats kenbaar te maken waar dit wapen zich bevindt.

De verklaring dient ook het aantal en het type van die wapens te vermelden.

Iedereen die afzonderlijke delen van oude buitendienst gestelde oorlogswapens ontvangt, is verplicht dezelfde verklaring te doen voor wat betreft al de delen die moeten gestempeld worden.

De veranderingen die geacht worden de stevigheid van de loop, van de kulas of van het mechanisme van het sluittoestel onveranderd te laten, worden door het bestuurscollege in het dienstreglement bepaald.

De gedeklasseerde oorlogswapens die derwijze werden gewijzigd dat hun sterkte erdoor is verminderd, dienen de beproeving te ondergaan overeenstemmend met hun nieuwe type en kaliber.

De directeur van de wapenproefbank kan nochtans, in akkoord met het bestuurscollege, weigeren de wapens bedoeld in voorgaand lid te beproeven indien het blijkt dat de aangebrachte veranderingen onvoldoende zijn om een definitieve deklassering tot gevolg te hebben.

De deklassering van oorlogswapens wordt als definitief beschouwd indien die wapens veranderd werden in kalibers voor jacht of sport en wanneer hun aspekt het oorspronkelijk militair karakter verloren heeft.


TITEL VIII. - Algemene bepalingen.

Art. 46. Wapendelen die gestempeld moeten worden en waarop wegens hun hardheid of samenstelling de voorziene merken niet kunnen aangebracht worden, worden met het merk gestempeld.

Art. 47. Wapens die de wapenproefbank hebben verlaten, worden geacht gestempeld te zijn met de bepaalde stempelmerken en de cijfers waardoor het kaliber wordt aangeduid.

Art. 48. Na de eindbeproeving van een vuurwapen brengt iedere wijziging aangebracht aan- de wapendelen bepaald in artikel 21 de verplichting mee bedoeld wapen terug bij de wapenproefbank aan te bieden. Deze wijzigt gebeurlijk de stempelmerken ervan.
De Directeur en, in laatste instantie, het Bestuurscollege beslist of het wapen opnieuw dient beproefd.

Art. 49. Een koperen plaatje met alle afbeeldingen van de stempelmerken, beschreven in de titels V en VI, dient bij het Ministerie van Economische Zaken neergelegd.

Een soortgelijk plaatje wordt op het Stadhuis te Luik neergelegd.

Desnoods dienen ze als matrijs.

Een derde plaatje wordt door de Directeur bewaard.


TITEL IX. - Opsporing en vaststelling van de inbreuken.

Art. 50. Wat het beproeven betreft, heeft de Directeur van de wapenproefbank het hoog toezicht op de handel in vuurwapens in het rijk. Hij is te dien einde aangesteld als officier van de gerechtelijke politie, overeenkomstig artikel 16 van de wet van 24 mei 1888, gewijzigd bij deze van 10 augustus 1923.

De controleurs van de wapenproefbank zijn eveneens aangesteld als officieren van de gerechtlijke politie overeenkomstig hetzelfde artikel.

Uitzonderlijk mogen andere agenten van de wapenproefbank in die hoedanigheid aangesteld worden.

De Directeur of door hem aangestelde controleurs bezoeken de opslagplaatsen, handelsinrichtingen, werkhuizen, verkoopzalen en elk ander lokaal waar vuurwapens opgeslagen zijn ten einde na te gaan of aldaar geen vuurwapens voorhanden zijn zonder goedkeuringsmerk of van een ander kaliber dan aangeduid door zijn merken.

Art. 51. De vervoerdiensten van goederen dienen, indien ze daartoe verzocht worden door de Directeur van de wapenproefbank of door een door hem aangestelde controleur, alle inlichtingen te verschaffen betreffende de verzendingen of het vervoer van vuurwapens en, zo nodig, hun expeditieboeken ter inzage van die ambtenaars over te leggen.


TITEL X. - Reis en verblijfkosten.

Art. 52. De personeelsleden van de wapenproefbank die zich voor de uitoefening van hun ambt moeten verplaatsen, hebben recht op de terugbetaling van hun reis- en verblijfkosten. Hiervoor woordt hen een vaste dagvergoeding toegekend, ieder jaar door het Bestuurscollege vast te stellen.