Nieuw uitvoeringsbesluit opslag door particulieren

KRACHTLIJNEN

De nieuwe regeling bepaalt de veiligheidsmaatregelen die particulieren moeten naleven. Voor elke particulier worden een aantal minimale regels opgelegd die in elk geval moeten worden nageleefd vanaf 25 april 2009 (zie punt 1.1. hierna). Verder worden bijkomende maatregelen opgelegd naargelang een particulier minder dan 6, minder dan 11 of minder dan 31 vergunningsplichtige vuurwapens bezit. Deze maatregelen moeten uiterlijk tegen 25 april 2010 worden genomen.

De nieuwe tekst legt ook veiligheidsmaatregelen op voor het vervoer, het tentoonstellen en voor het onderhouden van vergunningsplichtige wapens. Deze maatregelen zijn van toepassing vanaf zaterdag 25 april 2009.

Klik hier om dit document in .PDF formaat te downloaden (met verwijzingen en overzichtstabel)

Inhoudstafel


Inleiding

De opslag van vergunningsplichtige wapens werd voor de eerste keer geregeld door het Koninklijk Besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen. Dit Koninklijk Besluit is, tot op heden, enkel van toepassing op erkende personen (handelaars en verzamelaars). Naargelang de activiteit, de aard en de hoeveelheid opgeslagen wapens wordt een opslagplaats ingedeeld in een “klasse” (letters A tot G). Aan elk van deze klassen zijn dan veiligheidsnormen verbonden. Aan deze regels voor erkende personen wordt, behoudens enkele kleine technische correcties, niets gewijzigd.

Deze regeling was echter nooit van toepassing op wapenbezitters of erkende verzamelaars die minder dan dertig vergunningsplichtige vuurwapens opslaan. Voor hen gold geen enkele regeling. Bij het verlenen van een vergunning dient de wapenbezitters een “model 12” te tekenen alvorens de vergunning verleend wordt . In dit model 12 werden dan enkele aanbevelingen gedaan rond het veilig opslaan van vuurwapens.

In de wapenwet is reeds voorzien dat de opslag van vergunningsplichtige vuurwapens enkel is toegestaan indien, voor de opgeslagen hoeveelheid, een wettige reden bestaat . De wet somt vervolgens twee wettige redenen op:

  • Het legaal voorhanden hebben van meerdere vuurwapens en een noodzakelijke hoeveelheid munitie daarvoor door de eigenaars ervan die samenwonen op hetzelfde adres en die de wapens daar opslaan;
  • de wettige activiteiten van erkende personen.

De nieuwe wapenwet geeft aan de Koning de mogelijkheid om “de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het vervoeren, het voorhanden hebben en het verzamelen van wapens of munitie zijn onderworpen” te gaan regelen.

De auteur van het nieuwe KB heeft ervoor gekozen om het bestaande Koninklijk Besluit van 24 april 1997 uit te breiden. In een nieuw hoofdstuk wordt bepaald welke veiligheidsmaatregelen “particulieren” moeten in acht nemen bij het voorhanden hebben, het tentoonstellen op de verblijfplaats en het vervoer van vergunningsplichtige wapens en munitie.

Het nieuwe uitvoeringsbesluit heeft geen impact op de veiligheidsmaatregelen die reeds van toepassing waren voor erkende personen of voor erkende verzamelaars. Ook voor wapenbezitters die meer dan dertig vergunningsplichtige wapens opslaan heeft het nieuwe besluit geen gevolgen. De vroegere veiligheidsmaatregelen blijven voldoende. Wel bestaat er de mogelijkheid om ook voor deze maatregelen aan de lokale politie of aan de bevoegde diensten te vragen om te bevestigen dat de genomen maatregelen voldoende zijn (zie punt 1.5 hierna).


1. Opslag door “particulieren

De nieuwe regeling is van toepassing op “particulieren”. Met particulieren worden bedoeld :

  • Erkende verzamelaars die maximum 30 vergunningsplichtige wapens opslaan;
  • Wapenbezitters die maximum 30 vergunningsplichtige wapens wettig voorhanden hebben (vergund via een “model 4” of wettig voorhanden via “model 9” als jager, bijzonder wachter of sportschutter).

Particulieren of erkende verzamelaars die meer dan 30 vergunningsplichtige wapens opslaan, dienen steeds de veiligheidsmaatregelen voor “Klasse G” in acht te nemen .

Een aantal veiligheidsmaatregelen moeten steeds door elke particulier wapenbezitter worden genomen, ongeacht de hoeveelheid opgeslagen wapens. Daarenboven worden dan nog bijkomende veiligheidsmaatregelen opgelegd in functie van het aantal opgeslagen vergunningsplichtige wapens. Het nieuwe KB voorziet in drie drempels :

  • Opslag van minder dan 6 vergunningsplichtige wapens;
  • Opslag van minder dan 11 vergunnigsplichtige wapens;
  • Opslag van 11 of meer vergunningsplichtige wapens.
  • Bij overschrijding van één van deze drempels dienen steeds strengere veiligheidsmaatregelen te worden genomen. Hierna geven we een toelichting bij de te nemen maatregelen.


    1.1. Veiligheidsmaatregelen die altijd van toepassing zijn

    Vooreerst worden in het besluit een aantal veiligheidsmaatregelen opgelegd die ook vaak worden geadviseerd in het kader van inbraakpreventie.

    Elke particulier moet bij de opslag van vergunningsplichtige vuurwapens de volgende veiligheidsmaatregelen naleven :

    • De wapens dienen “ongeladen” te worden opgeslagen. Een wapen wordt al “ongeladen” beschouwd als “de kulas, de kamer en de lader die op het wapen is bevestigd noch een voortstuwend element, noch een projectiel, noch een patroon bevatten die kan worden afgevuurd”. Derhalve mag een revolver, een pistool of een geweer geen patroon in de kamer bevatten. Uit deze definitie blijkt tevens dat het wapen niet mag worden opgeslagen met een lader waarin patronen zitten. Deze beperking is van toepassing voor alle particulieren. Enkel als de vergunning werd uitgereikt met de wettige reden “persoonlijke verdediging” mag het wapen geladen worden bewaard .
    • De wapens en de munitie dienen steeds buiten het bereik van kinderen te worden bewaard;
    • De wapens en de munitie mogen niet “ogenblikkelijk” toegankelijk zijn. De regelgever wil vermijden dat een onbevoegde (of een inbreker) die wapens vindt ook onmiddellijk op hetzelfde moment de munitie vindt zodat hij of zij direct over een bruikbaar wapen beschikt. Daarom dienen de wapens en de munitie b.v. in een andere kast te worden bewaard (b.v. wapens in een wapenkast, munitie in een aparte kast). Het is af te raden om munitie te bewaren in een kluis. Bij brand kan er dan immers drukophoping ontstaan, met mogelijk ontploffingsgevaar.
    • De wapens en de munitie moeten bewaard worden op een plaats die geen uiterlijk kenteken draagt dat er zich een wapen of munitie in bevindt. De bedoeling van deze regel is dat men onbevoegden niet de weg wijst naar een plaats waar wapens opgeslagen liggen. Stickers in de aard van “I don’t call 911, I call 357”, of “Insured by Smith & Wesson” zijn dus te mijden.
    • Eveneens mogen werktuigen die een inbraak kunnen vergemakkelijken niet langer dan noodzakelijk worden achtergelaten in de nabijheid van plaatsen waar de wapens worden bewaard. Men mag dus ook geen ladders laten slingeren die toegang kunnen geven tot een venster van een wapenkamer.

    Bij diefstal, of bij poging tot diefstal van een vuurwapen, een los onderdeel, munitie, registers of documenten m.b.t. het wapen (b.v. de vergunning “model 4”) dient onmiddellijk aangifte te worden gedaan bij de politie. Binnen de 48 uur dienen precieze gegevens over de aard van de gestolen zaken te worden doorgegeven . Er dient eveneens aangifte te gebeuren bij de gouverneur .

    Wij merken ook nog op dat in heel veel politiezones de mogelijkheid bestaat om "techno-preventief" advies te vragen aan een veiligheidsadviseur van de lokale politie. Deze adviseur overloopt dan de woning en duidt zwakke plekken aan. Er worden tevens tips voor beveiliging gegeven. In sommige gemeenten (b.v. Leuven) worden hiervoor stedelijke subsidies toegekend (b.v. bij het plaatsen van een inbraakwerende deur). U kunt hiervoor contact nemen met de lokale politie of uw gemeentebestuur.


    1.2. Opslag van één tot en met 5 vergunningsplichtige wapens

    De bedoeling van de regelgever is te verzekeren dat wapens veilig worden opgeslagen, zodat oneigenlijk gebruik of vervreemding bemoeilijkt wordt. Wapens mogen dus niet meer onbeveiligd rondslingeren in de woning. Wie minder dan zes vergunningsplichtige wapens heeft, dient minstens één van de volgende veiligheidsmaatregelen te nemen :

    • Aanbrengen van een veiligheidsslot (b.v. een trekkerslot met cijferslot of met sleutel);
    • Wegnemen en afzonderlijk bewaren van een voor de werking van het wapen essentieel onderdeel (b.v. de grendel of de loop van het wapen verwijderen en opslaan in een andere kast dan de kast waarin het wapen is opgeslagen)
    • Het bevestigen van het wapen met een ketting aan een vast punt (b.v. aanbrengen van een ketting of staaldraad in de trekkerbeugels van de wapens die naast elkaar staan in een rek, en deze ketting of staaldraad met een slot vastmaken aan een punt dat vastzit in de muur)

    De particulier kan dus zelf kiezen welke veiligheidsmaatregelen hij neemt. Hij kan de verschillende maatregelen combineren, of voor verschillende wapens andere veiligheidsmatregelen toepassen. De bedoeling is dat voor elk wapen minstens één van de genoemde maatregelen genomen is.


    1.3. Opslaan van minder dan 11 vergunningsplichtige wapens

    Wie tussen zes en elf vergunningsplichtige wapens opslaat, dient deze wapens te bewaren in een “slotvaste en in stevig materiaal gemaakte wapenkast”. Deze kast kan “niet gemakkelijk worden opengebroken”, en ze mag geen uiterlijk kenteken dragen waaruit blijkt dat in de kast wapens worden bewaard .

    De regelgeving legt geen verplichting op om een bepaald type kast te gebruiken. De bedoeling is dat de wapens worden bewaard in een stevige kast (b.v. geen gewone kleerkast, maar wel een metalen kantoorkast) die bovendien kan worden afgesloten en enige weerstand biedt bij inbraak.

    In de praktijk kan gedacht worden aan stevige metalen kantoorkasten met een hangslot of aan in massief hout uitgevoerde kasten of koffers die behoorlijk kunnen worden afgesloten.

    Uiteraard geldt dat, eens de drempel van vijf wapens overschreden is, ALLE wapens moeten worden bewaard in de kast. Louter het bezit van dergelijke kast is niet voldoende.


    1.4. Opslaan van 11 maar minder dan 31 vergunningsplichtige wapens

    Wie 11 of meer vergunningsplichtige wapens opslaat, moet al zijn wapens opslaan in een daarvoor ontworpen wapenkluis . De regelgeving legt geen technische normen op. Wel is vereist dat de wapenkluis afgesloten is met een mechanisme dat niet kan worden geopend tenzij met behulp van een elektronische, magnetische of mechanische sleutel, een alfabetische of numerieke combinatie of een biometrische herkenning. De wapenkluizen die courant in de handel verkocht worden volstaan hier. Het is niet vereist dat ze aan een minimum technische veiligheidsnorm (b.v. “Stufe A” of “Stufe B”) voldoet. Indien de kast minder dan 150kg weegt, is het aan te raden ze vast te maken in de muur (b.v. met keilbouten).
    De wapenkluis en de munitie moeten zich in een ruimte bevinden waarvan alle toegangen en ramen behoorlijk zijn afgesloten.

    De sleutels van de wapenkluis en die van de ruimte waarin de wapenkluis zich bevindt mogen niet op de sloten worden gelaten. Deze sleutels moeten op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen en derden worden opgeslagen. Enkel de eigenaar mag toegang hebben tot deze sleutels.

    Wie veel wapens opslaat, kan dus mogelijk meerdere kluizen moeten kopen om deze wapens in op te slaan. Het KB opslag laat echter de mogelijkheid aan de wapenbezitter om een “wapenkamer” te maken waarvan alle toegangen voldoen aan de hoogste norm die ook al van toepassing is voor wie meer dan 30 wapens wenst op te slaan. De wapens moeten niet worden bewaard in een kluis, als de toegangen van het lokaal waarin de wapens zijn opgeslagen voldoen aan de volgende normen :

    • deuren in vol hout, die minstens 4 cm dik zijn, of in een ander materiaal van vergelijkbare sterkte, of van deuren met gelaagd glas;
    • in de toegangsdeur tot de wapenkamer en de buitendeuren van het gebouw dienen minstens twee dievenklauwen te worden aangebracht;
    • op de toegangsdeur dient hetzij een driepuntsslot dat vijf minuten weerstand biedt bij inbraak, hetzij een combinatie van drie sloten die samen vijf minuten weerstand bieden bij inbraak.

    Bij een appartementsgebouw kan het dus al voldoende zijn om een gepantserde inbraakbestendige voordeur te plaatsen met een degelijk slot. Alle ruimtes voldoen dan aan de norm, zodat de wapens in een kamer binnen het appartement kunnen worden opgeslagen zonder dat ze nog in een kluis hoeven te liggen.

    Een particulier kan ervoor kiezen om ineens de normen na te leven voor de opslag van meer dan dertig vergunningsplichtige wapens (opslagplaats “Klasse G” in het KB opslag). Wie in orde is met deze strengere norm, moet geen rekening houden met de andere specifieke normen voor opslag (trekkerslot, wapenkast of kluis, …) . Uiteraard moeten steeds de veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen die altijd van toepassing zijn (zie punt 1.1 hierboven).


    1.5. Equivalente beveiliging.

    Het nieuwe uitvoeringsbesluit laat eveneens toe om “andere veiligheidsmaatregelen” te nemen, voor zover deze maatregelen gelijkwaardig zijn met de maatregelen die in het uitvoeringsbesluit worden opgelegd. Deze gelijkwaardigheid wordt beoordeeld door de lokale politie of de andere diensten die bevoegd zijn om wapenbezit te controleren . Er kan ook vooraf met deze diensten overlegd worden. Op basis van voorgelegde stukken over te nemen veiligheidsmaatregelen (b.v. documentatie over een inbraakwerende deur die geplaatst wordt bij nieuwbouw), kan de overheid dan beslissen dat de maatregelen voldoende zijn. Een wapenbezitter die verbouwingen plant, en zeker wenst te zijn dat alle genomen veiligheidsnormen voldoende zijn, kan dus vooraf zekerheid krijgen hierover na overleg met de lokale politie.

    Het is dus steeds mogelijk om zelf initiatief te nemen en aan de lokale politie te vragen of zij schriftelijk kunnen bevestigden dat de genomen veiligheidsmaatregelen equivalent zijn aan de in het besluit opgesomde maatregelen. Zo b.v. kan gevraagd worden dat tijdens een controle wordt bevestigd dat de toegangen tot de ruimtes waar de wapens zich bevinden voldoende zijn zodat geen kluis meer nodig is. Deze werkwijze biedt het voordeel dat de wapenbezitter vooraf zeker is dat de genomen maatregelen afdoende zijn. Om elke latere discussie te vermijden, raden wij aan om aan de controlerende overheid te vragen om schriftelijk te bevestigen dat de genomen veiligheidsmaatregelen voldoende zijn.


    1.6. Inwerkingtreding

    De veiligheidsmaatregelen die door elke wapenbezitter moeten worden in acht genomen (punt 1.1) treden in werking op 25 april 2009.

    Wapenbezitters moeten uiterlijk tegen 25 april 2010 de veiligheidsmaatregelen nemen die van toepassing zijn naargelang het aantal vergunningsplichtige wapens dat ze bezitten (punten 1.2 tot en met 1.4).


    2. Tentoonstellen van vergunningsplichtige wapens op de verblijfplaats

    Het is mogelijk om de lange wapens toegestaan voor de jacht “tentoon te stellen” in de verblijfplaats.

    Daarbij moet rekening gehouden worden met het volgende :

    • De tentoongestelde wapens dienen ongeladen te zijn;
    • Ze moeten onbruikbaar gemaakt zijn door een veiligheidsslot of door een voor de werking essentieel onderdeel afzonderlijk te bewaren;
    • Ze moeten stevig zijn vastgemaakt aan het slotvaste etalagemeubel waarin ze zijn tentoongesteld;
    • Ze mogen niet worden tentoongesteld samen met de munitie die ze kunnen afvuren, het wapen en de munitie mogen niet ogenblikkelijk samen toegankelijk zijn.

    Deze regels zijn van toepassing vanaf 25 april 2009.


    3. Veiligheidsmaatregelen die van toepassing zijn tijdens het onderhoud van vuurwapens

    Tijdens het onderhoud van vuurwapens dienen de volgende veiligheidsmaatregelen te worden nageleefd :

    • Het wapen moet ongeladen zijn, tijdens het manipuleren wordt de loop steeds in een veilige richting gehouden;
    • Het magazijn of de lader van het wapen moet worden leeggemaakt.
    • De trekker kan enkel worden overgehaald als het wapen leeg is, en als de loop in een veilige richting wijst.

    Deze regels zouden voor de wapenbezitter niet nieuw mogen zijn. Alle fabrikanten en organisaties geven deze adviezen al mee. Ze moeten worden nageleefd vanaf 25 april 2009.


    4. Veiligheidsmaatregelen die van toepassing zijn tijdens het vervoer van vuurwapens

    Het vervoer van wapens wordt al deels geregeld in de wapenwet . De houders van een wapenvergunning, jagers, bijzondere wachters, sportschutters of houders van een Europese vuurwapenpas uitgereikt in een andere lidstaat van de unie mogen vuurwapens vervoeren. De wapens mogen enkel vervoerd worden tussen hun woonplaats en hun verblijfplaats, of tussen hun woon- of verblijfplaats en de schietstand of het jachtterrein, of tussen hun woon- of verblijfplaats en een erkende persoon. Tijdens het vervoer dienen de vuurwapens ongeladen en verpakt te zijn in een afgesloten koffer, of voorzien te zijn van een trekkerslot of een “equivalente beveiliging”. De Federale Wapendienst is van oordeel dat een beveiliging “equivalent” is, indien ze dezelfde waarborgen biedt tegen diefstal of tegen oneigenlijk gebruik van het wapen.

    In het nieuwe uitvoeringsbesluit worden nu bijkomende veiligheidsmaatregelen opgelegd die in acht moeten worden genomen tijdens het vervoer:

    • De wapens moeten ongeladen zijn, de laders dienen leeg te zijn. De laders kunnen dus niet thuis worden gevuld;
    • Het wapen moet onbruikbaar zijn gemaakt door een veiligheidsslot of door het wegnemen van een voor zijn werking essentieel onderdeel. Deze verplichting is dus eigenlijk “dubbel op”. Het wapen moet zowel in een afgesloten koffer steken én in deze koffer moet het nog eens voorzien zijn van een trekkerslot. Als alternatief kan het wapen gedemonteerd worden vervoerd.
    • Het wapen mag niet in het zicht liggen, en het moet buiten handbereik worden vervoerd in een slotvaste koffer of etui;
    • De munitie moet veilig verpakt worden (bij voorkeur in haar originele verpakking of in een munitiedoosje);
    • Bij vervoer met een motorvoertuig moeten de etuis met het wapen en de munitie in de slotvaste koffer van het voertuig worden vervoerd. Dit is niet van toepassing op het jachtterrein;
    • Het voertuig mag niet onbewaakt achterblijven terwijl de wapens erin opgeslagen liggen. Het is daarom aangeraden van in de onmiddelijke nabijheid van de schietstand te parkeren, bij voorkeur in het zicht van bv. de cafetaria. Het is onvoorzichtig om een voertuig ver van de stand te parkeren, zonder enig toezicht, terwijl er een wapen in is opgeslagen.

    Deze nieuwe veiligheidsmaatregelen van toepassing tijdens het vervoer moeten worden nageleefd vanaf 25 april 2009.

BijlageGrootte
opslag particulieren.pdf89.21 KB