Wijzigingen Vlaams sportschuttersdecreet

Op 25 juni 2008 heeft het Vlaams Parlement een aantal kleine wijzigingen goedgekeurd aan het Vlaamse sportschuttersdecreet (decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 11 mei 2007 houdende het statuut van de sportschutter)

Het is ons nog niet bekend of de tekst al werd afgekondigd door de Vlaamse regering. Wél zou de tekst in werking getreden zijn op 28 juni 2008 (voor wat het buksschieten betreft) en op 4 augustus 2008 (voor wat de andere wijzigingen betreft).

Klik hier voor een gecoördineerde versie van het Vlaamse sportschuttersdecreet

Hierna een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.

1. Buksschieten is geen sportschieten meer
2. Aanpassing aan nieuw decreet cultureel erfgoed
3. Bijkomende grond intrekking sportschutterslicenties
4. Informatie voorlopige sportschutterslicenties naar gouverneur
5. Inwerkingtreding


1. Buksschieten is geen sportschieten meer

Het buksschieten wordt expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied van het sportschuttersdecreet. Deze uitsluiting was nodig omdat, mede op vraag van de historische schuttersgilden, een dubbelzinnige situatie was ontstaan. Aanvankelijk was niet voorzien dat de historische schuttersgilden, die bezig zijn met cultureel erfgoed, en niet met sport, niet onder het toepassingsgebied van het sportschuttersdecreet zouden vallen. Voor hen zou een regeling worden uitgewerkt op federaal vlak.

Omdat deze regeling op federaal vlak op zich liet wachten, slaagden de historische schuttersgilden er alsnog in om te worden opgenomen in het toepassingsgebied van het sportschuttersdecreet. Ze zagen daar allicht de voordelen in van het statuut, maar hielden met een aantal zaken geen rekening.

Uiteindelijk kwam er dan toch een federale regeling voor activiteiten van "historische, folkloristische, traditionele of educatieve" aard (door een KB van 9 juli 2007). Wapens die tijdens dergelijke activiteiten gebruikt worden, kunnen onder bepaalde voorwaarden als vrij verkrijgbare wapens beschouwd worden (zie art. 1, 6° KB van 20 september 1991 betreffende de vuurwapens met historische, folkloristische of decoratieve waarde en de vuurwapens die voor het schieten onbruikbaar zijn gemaakt). Daardoor is dus tijdens dergelijke evenementen geen wapenvergunning, jachtverlof of sportschutterslicentie nodig.

In de logica van het sportschuttersdecreet worden alle door de gemachtigde schietsportfederaties aangeboden disicplines als "sportschieten" beschouwd. Doordat de historische schuttersgilden, op hun eigen vraag, gemachtigd werden als schietsportfederatie, moesten dus ook alle deelnemers aan hun activititeiten over een (voorlopige) sportschutterslicentie beschikken. Dit gevolg van het decreet hadden deze historische gilden niet voorzien.

De uitzondering voor activiteiten van historische, folkloristische, traditionele of educatieve aard geldt niet voor sportschieten. Dit is ook logisch, vermits de federale overheid niet bevoegd is om regelgevend op te treden inzake sport (wat een gemeenschapsbevoegdheid is). Daardoor vielen de historische schuttersgilden dus eigenlijk tussen schip en wal:

  • enerzijds moesten al hun (buks)schutters aan alle verplichtingen van het decreet moesten voldoen, waardoor buksschieten niet meer mogelijk was zonder (voorlopige) sportschutterslicentie.
  • anderzijds konden ze niet genieten van de federale uitzondering, omdat hun activiteiten als "sportschieten" beschouwd wordt vermits ze zelf verzochten om gemachtigd te worden als schietsportfederatie.

Dit mede door de betrokkenen zelf gecreëerde probleem wordt nu door de decreetswijziging opgelost. Het was mede de deelname van de gouverneur van Limburg (Steve Stevaert, SP.A) aan het Limbursche schuttersfeest op 6 juli 2008 die een impuls gaf om de goedkeuring van het decreet aanzienlijk te verstrengen. Een en ander gaf nog aanleiding tot geanimeerde discussies in het Vlaams Parlement (zie handelingen plenaire vergadering Vlaams Parlement van 25 juni 2008, motie Johan Sauwens, interpellatie minister Anciaux op 28 mei 2008).

Het aangepaste decreet zegt dat "buksschieten" geen sportschieten meer is. De uitzondering geldt dus enkel voor buksschutters. Flessenschutters, klepschutters en beoefenaars van nagenoeg identieke activiteiten moeten dus nog steeds houder zijn van een sportschutterslicentie. De Raad van State merkte al op dat hier mogelijk een schending van het gelijkheidsbeginsel is (zie advies Raad van State, V. Parl., 2007-2008, stuk 1686/2)

De wijziging heeft belangrijke gevolgen voor de buksschutters:

  • buksschutters zijn geen sportschutters meer, ze moeten dus geen houder zijn van een (voorlopige) sportschutterslicentie
  • ze kunnen dan enkel nog schieten tijdens de folkloristische evenementen onder de strikte voorwaarden van art. 1, 6° van het KB van 20 september 1991
  • er kunnen geen schietbeurten worden afgetekend in sportschuttersboekjes als aan buksschieten werd gedaan, ook niet voor buksschutters die op hetzelfde moment sportschutter zijn omdat ze nog andere disicplines beoefenen. Immers, in het Vlaamse sportschuttersdecreet wordt enkel het beoefenen van een aangeboden discipline als sportschieten beschouwd, met uitdrukkelijke uitzondering voor het buksschieten.
  • buksschutters die dan onvoldoende schietbeurten hebben, zullen hun sportschutterslicentie verliezen. De schuttersgilden zijn, net als de schietsportfederaties, immers verplicht om de sportschutterslicentie in te trekken indien een lid niet meer actief is. Dergelijke intrekking kan voor de buksschutter gevolgen hebben indien hij b.v. nog andere wapens geregistreerd had via zijn sportschutterslicentie en onvoldoende beurten zal hebben. Een mogelijke oplossing is de aansluiting van de schutter bij een federatie die alle disciplines aanbiedt, zodat de betrokkene voldoende schietbeurten kan halen


2. Aanpassing aan nieuw decreet cultureel erfgoed.

Ook organisaties die subsidies krijgen overeenkomstig het nieuwe decreet van 23 mei 2008 houdende de ontwikkeling, de organisatie en de subsidiëring van het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid kunnen gemachtigd worden als schietsportfederatie (wijziging art. 2, 6° Vlaams sportschuttersdecreet ). Hun machtiging kan worden ingetrokken als ze hun subsidiëring verliezen (wijziging art. 13, §2 Vlaams sportschuttersdecreet).


3. Bijkomende grond intrekking sportschutterslicenties

De gemachtigde federaties zijn verplicht om een sportschutterslicentie in te trekken indien
"een aanvraag voor of de hernieuwing van een vergunning tot het voorhanden hebben van een wapen aan de sportschutter wordt geweigerd om redenen die verband houden met de openbare orde overeenkomstig de wapenwet.” (wijziging art. 11, §2 Vlaams Sportschuttersdecreet.

De gouverneur moet dan ook aan de gemachtigde federatie de beslissingen tot weigering van een wapenvergunning of tot intrekking van het recht om een wapen voorhanden te hebben meedelen (gewijzigde artikel 16, §2 Vlaams sportschuttersdecreet).

De bedoeling van deze aanpassing is om te vermijden dat de weigering van de gouverneur om een wapenvergunning uit te reiken om redenen van openbare orde via de sportschutterslicentie zou kunnen worden omzeild. Wie dus, omwille van redenen van openbare orde, geen wapenvergunning kan krijgen, kan ook geen houder zijn van een sportschutterslicentie.


4. Informatie voorlopige sportschutterslicenties naar gouverneur

De gemachtigde schietsportfederaties moeten vanaf 4 augustus 2008 ook alle beslissingen over de toekenning of intrekking van de voorlopige sportschutterslicentie meedelen aan de gouverneur bevoegd voor de woonplaats van de sportschutter (wijziging art. 16 Vlaams Sportschuttersdecreet).


5. Inwerkingtreding

Zoals gezegd treedt de wijziging beschreven onder punt 1. in werking op 28 juni 2008.

De overige wijzigingen zijn op 4 augustus 2008 in werking getreden, ook al is het wijzigingsdecreet zelf nog niet bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Terug naar boven