17 AUGUSTUS 1964. - Koninklijk besluit tot regeling van het gebruik van jachtkansels met het oog op de uitoefening van de jacht.

Belgisch Staatsblad, 28 augustus 1964
opmerking: dit KB werd in het Waalse Gewest opgeheven

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder jachtkansel ieder platform of gelijk welke verheven zitplaats, die het mogelijk maakt het wild te schieten vanaf een punt gelegen boven het normaal niveau van de grond.Wordt gelijkgesteld met een jachtkansel iedere constructie of iedere inrichting, met inbegrip van al of niet ingerichte bomen, die daartoe gebruikt wordt.

Art. 2 (federaal) Met het oog op de uitoefening van de jacht is het verboden zich met een jachtwapen te bevinden op of gebruik te maken van jachtkansels gelegen op minder dan tweehonderd meter, hetzij van elk terrein waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort, hetzij van een kunstmatige voederplaats voor het wild of van een teelt bestemd als voeder daarvoor, met uitzondering van al of niet verbeterd natuurlijk grasland.

Art. 2.(Vlaams Gewest) Bij de uitoefening van de jacht is het verboden zich met een jachtwapen te bevinden op of gebruik te maken van jachtkansels, gelegen op minder dan tweehonderd meter van :
1° elk terrein waarvan het jachtrecht aan een ander toebehoort, met uitzondering van terreinen die gelegen zijn binnen of grenzen aan een erkende wildbeheereenheid, na onderling schriftelijk akkoord van de betrokken jachtrechthouders indien het jachtrecht wordt uitgeoefend of van de betrokken terreinbeheerders indien het jachtrecht niet wordt uitgeoefend en van de eigenaar van dit terrein;
2° een kunstmatige voederplaats voor het wild;
3° een teelt, bestemd als voeder voor wild, met uitzondering van al dan niet verbeterd natuurlijk grasland.

Art. 3. Onze Minister van Landbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.

Terug naar boven