Gecoördineerde versie Europese wapenrichtlijn

Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens
Publicatieblad Nr. L 256 van 13/09/1991 blz. 0051 - 0058
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 10 blz. 0145
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 10 blz. 0145

Gewijzigd door richtlijn 2008/51 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008
Publicatieblad Nr. L 179 van 08/07/2008 blz. 5 - 11

Opmerking: Omzetting wijzigingen in de richtlijn
De lidstaten doen uiterlijk op 28 juli 2010 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden die noodzakelijk zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt daarin of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

Inhoud

HOOFDSTUK 1 Werkingssfeer
HOOFDSTUK 2 Harmonisatie van de wetgevingen betreffende vuurwapens
HOOFDSTUK 3 Formaliteiten voor het verkeer van wapens in de Gemeenschap
HOOFDSTUK 4 Slotbepalingen
Bijlage 1
Bijlage 2

RICHTLIJN VAN DE RAAD van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (91/477/EEG)

Preambule te raadplegen onder de originele tekst van de richtlijnen:
Richtlijn 91/477
Richtlijn 2008/51


HOOFDSTUK 1 Werkingssfeer

Artikel 1

[1. In de zin van deze richtlijn wordt onder "vuurwapen" verstaan een draagbaar, van een loop voorzien wapen waarmee door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd, tenzij het is uitgesloten om een van de in punt III van bijlage I genoemde redenen. Vuurwapens worden onderverdeeld in punt II van bijlage I.

In de zin van deze richtlijn wordt een object geacht te kunnen worden omgebouwd zodat door middel van explosieve voortstuwing een lading, kogel of projectief uitgestoten kan worden wanneer:

- het qua vormgeving gelijk is aan een vuurwapen, en

- ingevolge zijn constructie of het materiaal waarvan het is gemaakt aldus kan worden omgebouwd.]

[1 bis. In de zin van deze richtlijn wordt onder "onderdeel" verstaan elk element of vervangingselement dat specifiek voor een vuurwapen is gemaakt en van essentieel belang is voor de werking ervan, met inbegrip van een loop, een frame- of kastgroep, slede of cilinder, grendel of afsluiterblok, en enig hulpstuk dat is ontworpen of aangepast om het geluid van het vuren van een vuurwapen te verminderen.]

[1 ter. In de zin van deze richtlijn wordt onder "essentieel onderdeel" verstaan het sluitingsmechanisme, de kamer en de loop van vuurwapens die, als afzonderlijke voorwerpen, vallen onder de categorie waarin het vuurwapen waarvan zij deel uitmaken of waarvoor zij bestemd zijn, is ingedeeld.]

[1 quater. In de zin van deze richtlijn wordt onder "munitie" verstaan het gehele stuk of zijn componenten, met inbegrip van patroonhouder, slaghoedje, voortstuwingskruit, kogels en projectielen, die worden gebruikt in een vuurwapen voor zover deze componenten zelf onderworpen zijn aan vergunningen in de desbetreffende lidstaat.]

[1 quinquies. In de zin van deze richtlijn wordt onder "tracering" verstaan het op systematische wijze opsporen van vuurwapens en, waar mogelijk, onderdelen daarvan en munitie van fabrikant tot koper, teneinde de bevoegde instanties van lidstaten in staat te stellen illegale vervaardiging van en illegale handel in vuurwapens vast te stellen, te onderzoeken en te analyseren.]

[1 sexies. In de zin van deze richtlijn wordt onder "wapenmakelaar" verstaan iedere natuurlijke of rechtspersoon, anders dan een wapenhandelaar, wiens handel of bedrijf geheel of gedeeltelijk bestaat in het kopen, verkopen of organiseren van de overbrenging van wapens.]

2. In de zin van deze richtlijn wordt onder "wapenhandelaar" verstaan iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens handel of bedrijf geheel of gedeeltelijk bestaat uit het vervaardigen, verhandelen, uitwisselen, verhuren, repareren of ombouwen van vuurwapens, onderdelen en munitie.

3. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt een persoon beschouwd ingezetene te zijn van het land dat is vermeld in het adres op een bewijs van verblijf, met name een paspoort of een identiteitskaart, welk bewijs bij controle op het voorhanden hebben of bij de verwerving aan de autoriteiten van een Lid-Staat of aan een wapenhandelaar wordt overgelegd.

4. De Europese vuurwapenpas is een document dat door de autoriteiten van de Lid-Staten aan een persoon die wettig houder en gebruiker van een vuurwapen wordt, op diens verzoek wordt afgegeven. De vuurwapenpas is ten hoogste vijf jaar geldig. Deze geldigheidsduur kan worden verlengd. Indien alleen vuurwapens van categorie D in de pas vermeld staan, is deze ten hoogste tien jaar geldig. In de vuurwapenpas worden de in bijlage II voorgeschreven vermeldingen opgenomen. De Europese wapenpas is een persoonlijk document waarin het vuurwapen of de vuurwapens die de houder van de pas voorhanden heeft en gebruikt, is of zijn vermeld. De pas dient steeds in het bezit te zijn van de gebruiker van het vuurwapen. Wijzigingen in het voorhanden hebben of de kenmerken van het vuurwapen alsmede verlies of diefstal van het vuurwapen worden in de pas vermeld.

Artikel 2

1. Deze richtlijn laat de toepassing van de nationale bepalingen inzake het dragen van wapens of de reglementering van de jacht of het sportschieten onverlet.

2. Deze richtlijn is niet van toepassing op de verwerving en het voorhanden hebben, overeenkomstig de nationale wetgeving, van wapens en munitie door de strijdkrachten, de politie, overheidsdiensten of verzamelaars en instellingen met een cultureel of historisch oogmerk op wapengebied, die als zodanig erkend zijn in de Lid-Staat waarin zij gevestigd zijn. Zij is evenmin van toepassing op commerciële transacties in wapens en munitie voor oorlogsdoeleinden.

[2 bis. In de zin van deze richtlijn wordt onder "illegale vervaardiging" verstaan de vervaardiging en assemblage van vuurwapens, onderdelen daarvan en munitie:

i) op basis van ongeacht welke essentieel onderdeel van dergelijke illegaal verhandelde vuurwapens;

ii) zonder een in overeenstemming met artikel 4 afgegeven vergunning van een bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de vervaardiging of assemblage plaatsvindt, of

iii) zonder de geassembleerde vuurwapens bij de vervaardiging te markeren overeenkomstig artikel 4, lid 1.]

[2 ter. In de zin van deze richtlijn wordt onder "illegale handel" verstaan verwerving, verkoop, aflevering, vervoer of de overbrenging van vuurwapens, onderdelen daarvan en munitie vanaf of over het grondgebied van een lidstaat naar het grondgebied van een andere lidstaat, indien een van de betrokken lidstaten daartoe geen erkenning heeft verleend overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, of indien de geassembleerde vuurwapens niet zijn gemarkeerd overeenkomstig artikel 4, lid 1.]

artikel 1 gewijzigd door Richtlijn 2008/51, leden 1bis-sexies en 2bis-ter ingevoegd door richtlijn 2008/51

Artikel 3

De Lid-Staten kunnen in hun wetgeving strengere voorschriften opnemen dan die welke in deze richtlijn zijn vervat, onder voorbehoud van de rechten die bij artikel 12, lid 2, aan de ingezetenen van de Lid-Staten worden toegekend.


HOOFDSTUK 2 Harmonisatie van de wetgevingen betreffende vuurwapens

Artikel 4

[1. De lidstaten zorgen ervoor dat een op de markt gebracht vuurwapen of onderdeel daarvan wordt gemarkeerd en geregistreerd in overeenstemming met deze richtlijn, dan wel onbruikbaar wordt gemaakt.

2. Ten behoeve van de identificatie en tracering van elk geassembleerd vuurwapen stellen de lidstaten bij de vervaardiging van elk vuurwapen de volgende eisen:

a) dat er een unieke markering met de naam van de fabrikant, het land of de plaats van vervaardiging, het serienummer en het jaar van vervaardiging (indien dit niet reeds onderdeel uitmaakt van het serienummer) wordt aangebracht. Zulks onverminderd de aanbrenging van het merknaam van de fabrikant. Hiertoe kunnen de lidstaten ervoor kiezen de bepalingen van het Verdrag van 1 juli 1969 inzake wederzijdse erkenning van keurmerken op handvuurwapens toe te passen, dan wel

b) dat enige andere unieke en gebruikersvriendelijke markering wordt gehandhaafd met een nummer of alfanumerieke code aan de hand waarvan alle staten het land van vervaardiging eenvoudig kunnen vaststellen.

De markering wordt aangebracht op een essentieel onderdeel van het vuurwapen dat van die aard is dat het vuurwapen bij vernietiging van deze component onbruikbaar zou worden.

De lidstaten zorgen ervoor dat elke kleinste verpakkingseenheid van volledige munitie wordt gemarkeerd waarbij de naam van de fabrikant, het identificatienummer van de batch (lot), het kaliber en het type munitie moeten worden vermeld. Hiertoe kunnen de lidstaten ervoor kiezen de bepalingen van het Verdrag van 1 juli 1969 inzake wederzijdse erkenning van keurmerken op handvuurwapens toe te passen.

Voorts zien de lidstaten erop toe dat uit staatsvoorraden afkomstige wapens die op de civiele markt worden gebracht, met het oog op permanent civiel gebruik, worden voorzien van een unieke markering aan de hand waarvan alle staten het land van herkomst eenvoudig kunnen vaststellen.

3. Iedere lidstaat stelt het als wapenhandelaar op zijn grondgebied werkzaam zijn afhankelijk van een machtiging op grond van ten minste een controle van de persoonlijke en beroepsintegriteit, en de bekwaamheid van de wapenhandelaar. Wanneer het een rechtspersoon betreft, is de controle gericht op de persoon die het bedrijf leidt.

4. Iedere lidstaat zorgt ervoor dat er uiterlijk op 31 december 2014 een, hetzij gecentraliseerd hetzij gedecentraliseerd, geautomatiseerd systeem van gegevensbestanden wordt ingevoerd en bijgehouden, dat waarborgt dat de bevoegde instanties toegang hebben tot de gegevensbestanden waarin elk vuurwapen dat onder de bepalingen van deze richtlijn valt, is geregistreerd. In dit systeem van gegevensbestanden wordt gedurende een periode van ten minste twintig jaar van elk vuurwapen type, merk, model, kaliber en serienummer geregistreerd en bijgehouden, alsmede de namen en adressen van de leverancier en de persoon die het wapen verwerft of voorhanden heeft.

Wapenhandelaren zijn gedurende de gehele periode van hun activiteit verplicht een register bij te houden waarin alle bij hen inkomende of uitgaande onder de bepalingen van deze richtlijn vallende vuurwapens worden geregistreerd, zulks onder vermelding van bijzonderheden aan de hand waarvan een vuurwapen kan worden geïdentificeerd en getraceerd, met name type, merk, model, kaliber en serienummer en de namen en adressen van de personen die het vuurwapen hebben geleverd of verworven. Bij beëindiging van zijn activiteiten levert de wapenhandelaar het register in bij de nationale instantie die bevoegd is voor het bestandensysteem waarin de eerste alinea voorziet.

5. De lidstaten zien erop toe dat alle vuurwapens op elk ogenblik kunnen worden gekoppeld aan hun eigenaar. Echter, met betrekking tot vuurwapens van de categorie D nemen de lidstaten met ingang van 28 juli 2010 passende traceringsmaatregelen, waaronder, met ingang van 31 december 2014, maatregelen waarmee het mogelijk wordt vuurwapens die op de markt worden gebracht na 28 juli 2010 op elk ogenblik te koppelen aan de eigenaar.]
artikel 4 vervangen door richtlijn 2008/51.

Artikel 4 bis

Onverminderd het bepaalde in artikel 3 staan de lidstaten het verwerven en voorhanden hebben van vuurwapens uitsluitend toe aan personen aan wie een vergunning is verleend of, met betrekking tot vuurwapens van de categorieën C en D, aan wie daartoe een specifieke machtiging is verleend dergelijke vuurwapens te verwerven en voorhanden te hebben in overeenstemming met de nationale wetgeving.
art. 4bis ingevoegd door richtlijn 2008/51

Artikel 4 ter

De lidstaten nemen de invoering van een systeem voor het reguleren van de activiteiten van wapenmakelaars in overweging. Een dergelijk systeem zou een of meer maatregelen kunnen omvatten, zoals:

a) verplichte registratie van wapenmakelaars werkzaam op hun grondgebied;

b) verplichte vergunning of machtiging voor makelaarsactiviteiten.
art. 4ter ingevoegd door richtlijn 2008/51

Artikel 5

Onverminderd het bepaalde in artikel 3 staan de lidstaten het verwerven en voorhanden hebben van vuurwapens uitsluitend toe aan personen die daarvoor goede redenen hebben en die:

a) ten minste 18 jaar oud zijn, behalve in het geval van verwerving, met uitzondering van aankoop, en voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van de jacht en het sportschieten, mits in dat geval personen jonger dan 18 jaar toestemming hebben van de ouders, of onder ouderlijk toezicht staan dan wel onder toezicht staan van een volwassene met een geldige vuurwapen- of jachtvergunning of zich in een vergund of anderszins erkend opleidingscentrum bevinden;

b) waarschijnlijk geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de openbare veiligheid zullen vormen. Een veroordeling voor een opzettelijk geweldmisdrijf wordt beschouwd als een indicatie van een dergelijk gevaar.

De lidstaten kunnen de machtiging voor het voorhanden hebben van een vuurwapen intrekken als aan een van de voorwaarden op basis waarvan de machtiging is verleend niet langer wordt voldaan.

De lidstaten kunnen personen die op hun grondgebied verblijven, het voorhanden hebben van een in een andere lidstaat verworven wapen alleen verbieden als de verwerving van datzelfde wapen op hun eigen grondgebied is verboden.
art. 5 vervangen door richtlijn 2008/51

Artikel 6

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om verwerving en voorhanden hebben van vuurwapens en munitie van categorie A te verbieden. De bevoegde autoriteiten kunnen in bijzondere gevallen voor deze vuurwapens en deze munitie vergunningen verlenen, indien zulks niet strijdig is met de openbare orde en veiligheid.

[De lidstaten zorgen ervoor dat, behalve wanneer het gaat om wapenhandelaren, op de verwerving van vuurwapens, onderdelen daarvan en munitie met behulp van technieken voor communicatie op afstand zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 1997 betreffende de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten [], waar toegestaan, streng toezicht wordt gehouden.]
tweede lid ingevoegd door richtlijn 2008/51

Artikel 7

1. Een vuurwapen van categorie B mag op het grondgebied van een Lid-Staat niet worden verworven zonder dat deze de verwerver daartoe een vergunning heeft verleend.
Deze vergunning mag niet aan een ingezetene van een andere Lid-Staat worden verleend zonder voorafgaande toestemming van die Lid-Staat.

2. Niemand mag op het grondgebied van een Lid-Staat een vuurwapen van categorie B voorhanden hebben zonder dat deze Lid-Staat de houder daartoe een vergunning heeft verleend. Indien de houder ingezetene is van een andere Lid-Staat, wordt deze Lid-Staat daarvan op de hoogte gesteld.

3. De vergunning voor het verwerven en die voor het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie B kunnen in één enkele administratieve beslissing zijn belichaamd.

[4. De lidstaten kunnen aan personen die aan de voorwaarden voor de verlening van een vuurwapenmachtiging voldoen, een meerjarige vergunning verlenen voor het verwerven en voorhanden hebben van alle machtigingsplichtige vuurwapens, onverminderd:

a) de verplichting de bevoegde instanties van eventuele overbrengingen in kennis te stellen;

b) regelmatige controles om te zien of die personen nog aan de voorwaarden voldoen, en

c) de in de nationale wetgeving vastgelegde maximumlimieten voor wapenbezit.]

5. De lidstaten stellen voorschriften vast om ervoor te zorgen dat personen die houder zijn van een op grond van de op 28 juli 2008 geldende nationale wetgeving van kracht zijnde vergunning voor vuurwapens van categorie B geen licentie of machtiging hoeven aan te vragen voor in hun bezit zijnde vuurwapens van de categorieën C of D vanwege de inwerkingtreding van Richtlijn 2008/51/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 []. Echter voor elke latere overbrenging van vuurwapens van categorie C of D moet de overnemer een vergunning verwerven of aanhouden of beschikken over een specifieke machtiging voor het voorhanden hebben van die vuurwapens in overeenstemming met de nationale wetgeving.]
vierde en vijfde lid ingevoegd door richtlijn 2008/51

Artikel 8

1. Een vuurwapen van categorie C mag niet voorhanden worden gehouden zonder dat de houder daarvan aangifte heeft gedaan bij de autoriteiten van de Lid-Staat waar het wapen voorhanden wordt gehouden.
De Lid-Staten stellen binnen een jaar na de inwerkingtreding van de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijn de aangifte van alle, thans op hun grondgebied voorhanden gehouden vuurwapens van categorie C verplicht.

2. Verkopers, wapenhandelaars of particulieren doen de autoriteiten van de Lid-Staat waar de overdracht of aflevering van een vuurwapen van categorie C plaatsvindt, hiervan mededeling, met vermelding van de gegevens die de identificatie van de verwerver en het vuurwapen mogelijk maken. Indien de verwerver ingezetene is van een andere Lid-Staat, wordt deze Lid-Staat door de Lid-Staat waar de verwerving heeft plaatsgevonden en door de verwerver zelf van die verwerving in kennis gesteld.

3. Indien een Lid-Staat verwerving en voorhanden hebben van een vuurwapen van de categorieën B, C of D op zijn grondgebied verbiedt of afhankelijk stelt van een vergunning, stelt hij de andere Lid-Staten hiervan in kennis. Deze maken daarvan krachtens artikel 12, lid 2, uitdrukkelijk melding wanneer zij voor een dergelijk wapen een Europese vuurwapenpas afgeven.

Artikel 9

1. Aflevering van een vuurwapen van de categorieën A, B en C aan een niet-ingezetene van de betrokken Lid-Staat is toegestaan, op voorwaarde dat de verplichtingen van de artikelen 6, 7 en 8 worden nageleefd, ten aanzien van:
- een verwerver die een vergunning in de zin van artikel 11 heeft verkregen om het vuurwapen zelf naar het land waar hij ingezetene is, over te brengen;
- een verwerver die een schriftelijke verklaring overlegt ter vermelding en verantwoording van zijn voornemen het vuurwapen in de Lid-Staat van verwerving voorhanden te hebben, mits hij aan de wettelijke voorwaarden voor het voorhanden hebben voldoet.

2. De Lid-Staten mogen, op door hen vast te stellen voorwaarden, de tijdelijke aflevering van vuurwapens toestaan.

Artikel 10

Voor verwerving en voorhanden hebben van munitie geldt dezelfde regeling als voor het voorhanden hebben van de vuurwapens waarvoor de munitie bestemd is.


HOOFDSTUK 3 Formaliteiten voor het verkeer van wapens in de Gemeenschap

Artikel 11

1. Onverminderd artikel 12 mogen vuurwapens slechts van een Lid-Staat naar een andere worden overgebracht, indien de in de volgende leden omschreven procedure wordt gevolgd. Deze bepalingen gelden ook voor overbrenging van een vuurwapen door middel van postorderverkoop.
2. Wat de overbrenging van vuurwapens naar een andere Lid-Staat betreft, doet de belanghebbende vóór iedere verzending de Lid-Staat waar deze wapens zich bevinden, mededeling van:
- naam en adres van de verkoper of de overdragende persoon en van de koper of verwervende persoon of, in voorkomend geval, van de eigenaar,
- het adres waarnaar deze wapens zullen worden verzonden of vervoerd,
- het aantal wapens dat van de zending of het vervoer deel uitmaakt,
- de identificatiegegevens betreffende elk wapen en bovendien de vermelding dat het wapen is gecontroleerd volgens de bepalingen van het Verdrag van 1 juli 1969 inzake wederzijdse erkenning van keurmerken van handvuurwapens,
- de wijze van overbrenging,
- de datum van vertrek en de vermoedelijke datum van aankomst.

Bij overbrenging tussen wapenhandelaars behoeven de gegevens bedoeld in de laatste twee streepjes niet te worden meegedeeld.

De Lid-Staat onderzoekt onder welke omstandigheden de overbrenging zal geschieden, met name met het oog op de veiligheid.

Indien de Lid-Staat deze overbrenging toestaat, verleent hij daarvoor een vergunning waarin alle in de eerste alinea genoemde gegevens zijn vermeld. Dit document dient de vuurwapens tot aan de bestemming te vergezellen en dient op elk verzoek van de autoriteiten van de Lid-Staten te worden overgelegd.

3. Behalve voor oorlogswapens kan iedere Lid-Staat voor de overbrenging van vuurwapens die overeenkomstig artikel 2, lid 2, niet onder de werkingssfeer van deze richtlijn vallen, aan wapenhandelaars het recht toekennen om, zonder voorafgaande vergunning in de zin van lid 2, vuurwapens van zijn grondgebied naar een in een andere Lid-Staat gevestigde wapenhandelaar over te brengen. Hij geeft daartoe een machtiging af die hoogstens drie jaar geldig blijft en te allen tijde bij met redenen omkleed besluit kan worden geschorst of ingetrokken. De vuurwapens moeten tot de bestemming vergezeld blijven van een document waarin die machtiging wordt vermeld; dat document moet op verzoek van de autoriteiten van de Lid-Staten worden voorgelegd.
[Voorafgaand aan de datum van overbrenging stelt de wapenhandelaar de instanties van de lidstaat van waaruit de overbrenging zal geschieden, in kennis van alle in de eerste alinea van lid 2 vermelde gegevens. Die instanties voeren, waar passend ter plaatse, inspecties uit om te controleren of de door de wapenhandelaar verstrekte informatie overeenkomt met de feitelijke kenmerken van de overbrenging. De gegevens worden door de wapenhandelaar tijdig meegedeeld.]

4. Iedere Lid-Staat verstrekt de andere Lid-Staten een lijst van vuurwapens waarvoor de vergunning om deze naar zijn grondgebied over te brengen, zonder zijn voorafgaande toestemming mag worden verleend.
Deze lijsten met vuurwapens worden medegedeeld aan de wapenhandelaars die in het kader van de procedure van lid 3 een machtiging hebben verkregen om vuurwapens zonder voorafgaande toestemming over te brengen.
derde lid gewijzigd door richtlijn 2008/51

Artikel 12

1. Behalve wanneer de procedure van artikel 11 wordt gevolgd, is het voorhanden hebben van een vuurwapen gedurende een reis door twee of meer Lid-Staten slechts toegestaan, indien de belanghebbende van genoemde Lid-Staten een vergunning heeft verkregen.
De Lid-Staten kunnen deze vergunning verlenen voor één of meer reizen en voor een periode van maximaal één jaar, die kan worden verlengd. Deze vergunning wordt vermeld op de Europese wapenpas die de reiziger op elk verzoek van de autoriteiten van de Lid-Staten moet overleggen.

2. [In afwijking van lid 1 mogen jagers, voor wat betreft de categorieën C en D, en sportschutters, voor wat betreft de categorieën B, C en D, voor de uitoefening van hun activiteit zonder voorafgaande vergunning gedurende een reis door twee of meer lidstaten één of meer van deze vuurwapens voorhanden hebben, op voorwaarde dat zij in het bezit zijn van een Europese vuurwapenpas waarin dit vuurwapen of deze vuurwapens zijn vermeld en op voorwaarde dat zij de reden van de reis kunnen aantonen, met name door een uitnodiging of door een ander bewijs voor hun jagers- of schietsportactiviteiten in de lidstaat van bestemming over te leggen.

Het is de lidstaten niet toegestaan de afgifte van de Europese vuurwapenpas afhankelijk te stellen van de betaling van een vergoeding of heffing.]

Deze afwijking geldt echter niet voor reizen naar een Lid-Staat die verwerving en voorhanden hebben van het betrokken wapen verbiedt of krachtens artikel 8, lid 3, aan een vergunning onderwerpt; in dit geval wordt daarvan op de Europese vuurwapenpas uitdrukkelijk melding gemaakt.
In de context van het in artikel 17 bedoelde verslag onderzoekt de Commissie, in overleg met de Lid-Staten, eveneens de resultaten van de toepassing van de tweede alinea, met name wat de gevolgen daarvan voor de openbare orde en veiligheid betreft.

3. Door middel van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van nationale documenten kunnen twee of meer Lid-Staten voor het reizen met een vuurwapen op hun grondgebied een soepeler regeling vaststellen dan die van dit artikel.
lid 2 gewijzigd door richtlijn 2008/51

Artikel 13

1. Iedere Lid-Staat zendt alle nuttige gegevens waarover hij betreffende definitieve overbrengingen van vuurwapens beschikt, toe aan de Lid-Staat naar het grondgebied waarvan de overbrenging is geschied.

2. De gegevens die de Lid-Staten, krachtens de procedures van artikel 11 inzake de overbrenging van vuurwapens en van artikel 7, lid 2, en van artikel 8, lid 2, inzake verwerving en voorhanden hebben van vuurwapens door niet-ingezetenen, ontvangen, worden uiterlijk tijdens de overbrenging, aan de Lid-Staat van bestemming, en in voorkomend geval, uiterlijk tijdens de overbrenging aan de Lid-Staten van doorvoer, medegedeeld.

[3. Ten behoeve van een doelmatige toepassing van deze richtlijn wisselen de lidstaten regelmatig informatie uit. Uiterlijk op 28 juli 2009 zet de Commissie een contactgroep op voor het uitwisselen van informatie voor de toepassing van dit artikel. Elke lidstaat deelt de andere lidstaten en de Commissie mee welke nationale instanties verantwoordelijk zijn voor het toezenden en ontvangen van de gegevens en de nakoming van de in artikel 11, lid 4, vastgelegde verplichtingen.]
derde lid gewijzigd door richtlijn 2008/51

Artikel 13 bis

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [] van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
artikel 13bis ingevoegd door richtlijn 2008/51

Artikel 14

De Lid-Staten stellen bepalingen vast om de binnenkomst op hun grondgebied te verbieden:
- van een vuurwapen, behalve in de omstandigheden en met inachtneming van de voorwaarden die in de artikelen 11 en 12 zijn genoemd;
- van een ander wapen dan een vuurwapen, mits de nationale bepalingen van de betrokken Lid-Staat zulks toestaan.


HOOFDSTUK 4 Slotbepalingen

Artikel 15

1. De Lid-Staten versterken de controles op het voorhanden hebben van wapens aan de buitengrenzen van de Gemeenschap.
Zij zien in het bijzonder erop toe dat reizigers uit derde landen die voornemens zijn zich naar een tweede Lid-Staat te begeven, artikel 12 in acht nemen.

2. Deze richtlijn vormt geen beletsel voor door de Lid-Staten of door de vervoerder bij het aan boord gaan van een vervoermiddel te verrichten controles.

3. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de wijze waarop de in de leden 1 en 2 bedoelde controles worden verricht. De Commissie verzamelt deze gegevens, die door haar aan alle Lid-Staten ter beschikking worden gesteld.

4. Elke Lid-Staat stelt de Commissie in kennis van zijn nationale bepalingen, met inbegrip van wijzigingen, met betrekking tot de verwerving en het voorhanden hebben van wapens, voor zover de nationale wetgeving strenger is dan de aan te nemen minimumnorm. De Commissie deelt deze inlichtingen aan de andere Lid-Staten mede.

Artikel 16

[De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de ter uitvoering van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en nemen de nodige maatregelen om de toepassing van die sancties te verzekeren. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.]
gewijzigd door richtlijn 2008/51

Artikel 17

Uiterlijk op 28 juli 2015 brengt de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de situatie die is ontstaan door de toepassing van deze richtlijn, in voorkomend geval vergezeld van voorstellen.

Uiterlijk op 28 juli 2012 voert de Commissie een onderzoek uit naar de mogelijke voordelen en nadelen van een beperking tot twee categorieën vuurwapens (verboden of toegestaan) met het oog op een betere werking van de interne markt voor de desbetreffende producten door mogelijke vereenvoudiging, en legt zij daarover een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Uiterlijk op 28 juli 2010 wordt door de Commissie een verslag ingediend bij het Europees Parlement en de Raad over de conclusies van een onderzoek naar het op de markt brengen van replicavuurwapens, teneinde te kunnen vaststellen of de opname van dergelijke producten in de werkingssfeer van deze richtlijn mogelijk en wenselijk is.
artikel 17 vervangen door richtlijn 2008/51

Artikel 18

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk tijdig aan deze richtlijn te voldoen opdat de in deze richtlijn vervatte maatregelen uiterlijk op 1 januari 1993 van toepassing zijn. Zij stellen de Commissie en de andere Lid-Staten onverwijld van de genomen maatregelen in kennis.
Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 19

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Luxemburg, 18 juni 1991. Voor de Raad

BIJLAGE I

I. In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder "wapens"

  • [vuurwapens zoals gedefinieerd in artikel 1 van deze richtlijn;
  • ]

  • "niet-vuurwapens" als gedefinieerd in de nationale wetgevingen.

eerste streepje gewijzigd door richtlijn 2008/51

II. In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder "vuurwapens":

A. Ieder voorwerp dat tot een van de volgende categorieën behoort, met uitzondering van voorwerpen die voldoen aan de definitie, doch die daarvan zijn uitgesloten om de in punt III vermelde redenen.

Categorie A - Verboden vuurwapens
1. Geschut en lanceerinrichtingen voor militaire doeleinden;
2. Automatische vuurwapens;
3. Camouflagevuurwapens;
4. Munitie waarmee een pantserplaat kan worden doorboord, munitie met springlading of brandsas, alsmede de voor het afschieten van deze munitie gebruikte kogels;
5. Munitie voor pistolen en revolvers met expanderende kogels alsmede de voor het afschieten van deze munitie gebruikte kogels, behalve wanneer het jachtwapens of wapens voor schijfschieten betreft voor personen die bevoegd zijn deze te gebruiken.

Categorie B - Vergunningsplichtige vuurwapens
1. Korte semi-automatische of korte repeteervuurwapens;
2. Korte enkelschotsvuurwapens met centrale ontsteking;
3. Korte enkelschotsvuurwapens met randvuurontsteking met een totale lengte van minder dan 28 centimeter;
4. Lange semi-automatische vuurwapens waarvan het magazijn en de kamer meer dan drie patronen kunnen bevatten;
5. Lange semi-automatische vuurwapens waarvan het magazijn en de kamer niet meer dan drie patronen kunnen bevatten, voor zover het magazijn niet verwisselbaar is of kan worden gegarandeerd dat zij met algemeen gangbare werktuigen niet kunnen worden omgebouwd tot wapens waarvan het magazijn en de kamer meer dan drie patronen kunnen bevatten;
6. Lange repeteer- en semi-automatische vuurwapens met een gladde loop, welke ten hoogste 60 centimeter lang is;
7. Civiele semi-automatische vuurwapens die het uiterlijk hebben van automatische oorlogsvuurwapens.

Categorie C - Aangifteplichtige vuurwapens
1. Lange repeteervuurwapens andere dan die vermeld in categorie B, punt 6;
2. Lange enkelschotsvuurwapens met getrokken loop;
3. Lange semi-automatische vuurwapens, niet vallende onder categorie B, punten 4 tot en met 7;
4. Korte enkelschotsvuurwapens met randvuurontsteking met een totale lengte van ten minste 28 centimeter.

Categorie D - Andere vuurwapens
Lange eenschotsvuurwapens met gladde loop.

B. De essentiële onderdelen van deze vuurwapens.
Het sluitingsmechanisme, de kamer en de loop van vuurwapens die, als afzonderlijke voorwerpen, vallen onder de categorie waarin het vuurwapen waarvan zij deel uitmaken of waarvoor zij bestemd zijn, is ingedeeld.

III. In de zin van deze bijlage vallen niet onder de definitie van vuurwapens voorwerpen die voldoen aan de definitie, maar die:
[a) voorgoed onbruikbaar zijn gemaakt door een neutralisatie die inhoudt dat alle essentiële onderdelen van het vuurwapen voorgoed onbruikbaar worden gemaakt en onmogelijk zodanig verwijderd, vervangen of aangepast kunnen worden dat het wapen op enigerlei wijze opnieuw gebruiksklaar zou kunnen worden gemaakt;]
b) ontworpen zijn voor het geven van alarm of signalen, reddingsactiviteiten, slachten van dieren of visserij met harpoenen, of bestemd zijn voor industriële of technische doeleinden, mits zij alleen voor dat welbepaalde gebruik kunnen worden aangewend;
c) als antieke wapens of replica's daarvan worden beschouwd, mits zij niet vallen onder de voorgaande categorieën en aan de nationale wetgeving onderworpen zijn.

[De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de onder a) bedoelde neutralisaties gecontroleerd worden door een bevoegde autoriteit, om te garanderen dat de betreffende vuurwapens door deze bewerkingen inderdaad voorgoed onbruikbaar worden. De lidstaten zorgen ervoor dat in het kader van deze controle een certificaat of document wordt afgegeven waaruit blijkt dat het vuurwapen onbruikbaar is gemaakt, dan wel dat op het vuurwapen een duidelijk zichtbare markering wordt aangebracht waaruit dat blijkt. De Commissie stelt gemeenschappelijke richtsnoeren op volgens de procedure met toetsing van artikel 13 bis, lid 2, van deze richtlijn, betreffende normen en technieken om te waarborgen dat onbruikbaar gemaakte vuurwapens voorgoed onbruikbaar zijn.]

Zolang er geen coördinatie op communautair niveau heeft plaatsgevonden, mogen de Lid-Staten hun nationale wetgeving toepassen met betrekking tot de in dit punt genoemde vuurwapens.
a) vervangen door richtlijn 2008/51

IV. In de zin van deze bijlage wordt verstaan onder:
a) "kort vuurwapen", een vuurwapen waarvan de loop niet langer is dan 30 centimeter of waarvan de totale lengte niet meer dan 60 centimeter bedraagt;
b) "lang vuurwapen", een vuurwapen dat niet tot de categorie "kort vuurwapen" behoort;
c) "automatisch wapen", een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer geladen wordt en dat bij eenmalige bediening van de trekker een vuurstoot kan afvuren;
d) "semi-automatisch wapen", een vuurwapen dat na elk schot automatisch weer geladen wordt en dat bij eenmalige bediening van de trekker niet meer dan één projectiel kan afvuren;
e) "repeteerwapen", een vuurwapen dat na elk schot met de hand via een mechanisme opnieuw wordt geladen door uit een lader een kogel in de kamer te brengen;
f) "enkelschotswapen", een vuurwapen zonder lader, dat voor elk schot wordt geladen door met de hand een kogel in de kamer of in een hiertoe aangebrachte ruimte bij de ingang van de loop te brengen;
g) "munitie waarmee een pantserplaat kan worden doorboord", munitie voor militaire doeleinden met een pantserkogel met harde doorborende kern;
h) "munitie met springlading", munitie voor militaire doeleinden met een kogel die een bij inslag exploderende lading bevat;
i) "munitie met brandsas", munitie voor militaire doeleinden met een kogel die een chemisch mengsel bevat dat bij aanraking met de lucht of bij inslag ontvlamt.

BIJLAGE II

EUROPESE VUURWAPENPAS

De pas omvat de volgende rubrieken:
a) Identificatie van de houder;
b) Identificatie van het vuurwapen of de vuurwapens, met vermelding van de categorie in de zin van de richtlijn;
c) Geldigheidsduur van de pas;
d) Gedeelte voor gegevens van de Lid-Staat die de pas heeft afgegeven (aard en referenties van de vergunningen, enz.);
e) Gedeelte voor gegevens van de andere Lid-Staten (vergunning voor binnenkomst, enz.);
f) De vermelding:
"Het recht om zich met een vuurwapen of vuurwapens van de categorieën B, C of D als vermeld op deze pas naar een andere Lid-Staat te begeven, wordt afhankelijk gesteld van een overeenkomstige voorafgaande vergunning of vergunningen van de bezochte Lid-Staat. Deze vergunning of deze vergunningen kunnen worden vermeld op de pas.
Een dergelijke voorafgaande vergunning is in beginsel niet nodig voor reizen met een wapen van categorie C of D met het oog op de jacht of met een wapen van categorie B, C of D om deel te nemen aan een schietwedstrijd, mits de houder in bezit is van de wapenkaart en de reden van de reis kan aantonen.".
Indien een Lid-Staat de andere Lid-Staten overeenkomstig artikel 8, lid 3, ervan in kennis heeft gesteld dat het voorhanden hebben van bepaalde vuurwapens van de categorieën B, C of D verboden is of van een vergunning afhankelijk is gesteld, wordt een van de volgende vermeldingen toegevoegd:
"Het is verboden zich met vuurwapen . . . . . [identificatie] naar . . . . . [naam van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten] te begeven.".
"Om zich met vuurwapen . . . . . [identificatie] naar . . . . . [naam van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten] te begeven is een vergunning vereist.".