Drie nieuwe uitvoeringsbesluiten op komst

Op de adviesraad van 28 mei 2008 zijn drie voorontwerpen van Koninklijke Besluiten besproken.

De bedoeling van deze besluiten is om de wet van 8 juni 2006 in al haar facetten in werking te laten treden.

De drie voorgestelde KB's gaan over het volgende:

  • het statuut van de wapenhandel
  • de veiligheidsvoorwaarden voor het opslaan van wapens door particulieren
  • het aanpassen van een aantal bepalingen in het uitvoerings-KB wapenwet

1. Statuut van de wapenhandel.

Het nieuwe KB regelt de voorwaarden waaraan een persoon moet voldoen om erkend te worden als wapenhandel. Op basis van artikel 5 wapenwet houden deze voorwaarden o.a. een bewijs van beroepsbekwaamheid in. De beroepsbekwaamheid slaat op de volgende domeinen: de regelgeving, de beroepsdeontologie, de techniek en het gebruik van wapens. Er wordt voorgesteld om deze beroepsbekwaamheid te testen via een mondelinge en een schriftelijke proef. Wapenhandelaars die langer dan vijf jaar in hoofdberoep actief zijn, en, over de verschillende jaren heen, gemiddeld 50 verrichtingen per jaar hebben, zijn vrijgesteld van de proef. Alle verrichtingen met wapens en munitie worden in aanmerking genomen. Voor de erkenningen die beperkt zijn tot het herstellen en/of aanpassen van wapens geldt dat de vrijstelling ook toegekend wordt als er gemiddeld meer dan 50 verrichtingen zijn, ook al wordt de activiteit in bijberoep uitgeoefend.

In artikel 35, 4° wapenwet was al aangekondigd dat de Koning een deontologische code vaststelt voor de erkende wapenhandelaars waarin "de informatieverplichtingen t.a.v. de klant" worden gepreciseerd. Deze deontologische code is een gedragslijn voor erkende personen. Niet-naleving kan aanleiding geven tot sancties indien er gevaar is voor de openbare orde, of indien er overtreding is van de regelgeving (cfr. art. 7 wapenwet). De deontologische code verplicht de handelaren hun klanten behoorlijk te informeren over hun producten en regelgeving. De handelaar moet tevens de identiteit van de tegenpartij nagaan en moet een discretieplicht naleven. In de deonotlogische code worden ook nog een aantal richtlijnen opgegeven voor de uitoefening van het beroep. Deze richtlijnen beogen een aantal garanties te bieden waarbij de legale handel zich duidelijk onderscheidt van illegale handel. Deze richtlijnen regelen b.v. de verenigbaarheid met andere activiteiten, de scheiding van het patrimonium van de wapenhandel die nog andere activiteiten voert onder de wapenwet (b.v. verzamelaars). De handelaar mag niet meewerken aan illegale activiteiten of door zijn houding dergelijke activiteiten vergemakkelijken. De handelaar zou zich moeten onthouden van contacten in extremistische milieus en moet er zich voor hoeden niet vatbaar te zijn voor chantage. Om deze reden is ook voorgesteld dat de wapenhandelaar zich moet onthouden van casinobezoek.

2. Veiligheidsvoorwaarden opslag door particulieren.

Een tweede KB regelt de veiligheidsvoorwaarden voor opslag van vergunningsplichtige wapens door "particulieren". Onder de oude wapenwet moest een particulier, als hij meer dan 10 verweer- of oorlogswapens wou opslaan, daarvoor een opslagplaatsvergunning vragen bij de gouverneur. Deze werd dan na betaling toegekend, telkens voor de opslag van vijf bijkomende wapens. De nieuwe wapenwet schaft de opslagplaatsvergunning ("depotvergunning") af. Daarbij kondigde de regering aan dat de veiligheidsmaatregelen zullen worden bekeken telkens een vergunning wordt aangevraagd.

Het voorgestelde KB is van toepassing op "particulieren" (dus niet-erkende personen zoals sportschutters, recreatieve schutters, jagers, ...) en verzamelaars die minder dan 30 vergunningsplichtige wapens in hun verzameling hebben.

Er is voorgesteld om een reeks minimale veiligheidsregels op te leggen die voor elke wapenbezitter van toepassing zijn. De voorgestelde veiligheidsregels zijn:

  • de wapens worden ongeladen bewaard
  • wapens en munitie buiten het bereik van kinderen houden
  • wapens en munitie worden niet samen bewaard en zijn niet samen toegankelijk
  • wapens worden zodanig bewaard dat er geen uiterlijke tekenen op de aanwezigheid van wapens wijzen
  • werktuigen die een inbraak kunnen vergemakkelijken mogen niet worden achtergelaten bij de plaatsen waar wapens worden bewaard

Deze algemene veiligheidsregels werden tot heden al opgelegd in het kader van het "model 12" dat telkens wordt ondertekend als men een vergunning aanvraagt.

Daarnaast dienen veiligheidsmaatregelen te worden genomen naargelang het aantal wapens:

  • vanaf één en minder dan drie wapens (op de adviesraad is voorgesteld dit op vijf te brengen):
    • plaatsen van een veiligheidsslot, of
    • afzonderlijk bewaren van een voor de werking van het wapen essentieel onderdeel (b.v. loop/slede apart leggen), of
    • vastleggen van het wapen met een ketting aan een vast punt.
  • vanaf drie (of zes, cfr. voorstel adviesraad) tot 10 wapens :
    • opslag in een slotvaste en stevig gemaakte wapenkast die niet gemakkelijk kan worden opengebroken en die geen uiterlijke tekenen bevat van de aanwezigheid van wapens
  • meer dan tien wapens (en minder dan 30) :
    • opslag in een "wapenkluis", dit is een kluis ontworpen voor de opslag van wapens, die is opgesteld in een ruimte waarvan alle ramen en toegangen behoorlijk afgesloten zijn. De sleutel van de kluis wordt op een veilige plaats (buiten bereik van kinderen en onbevoegden) bewaard.

Wie meer dan 30 wapens opslaat, moet aan de veiligheidsvoorwaarden van het KB van 24 april 1997 voldoen. Particulieren die al aan dit KB van 24 april 1997 voldoen, moeten de hierboven vermelde veiligheidsregels niet in acht nemen. Dit is logisch, vermits de regels voor opslag van 30 wapens of meer strenger zijn. De belangrijkste te nemen maatregelen voor wie meer dan 30 vergunningsplichtige wapens wenst op te slaan zijn:

  • installatie van een brandblusser in elk lokaal waar zich munitie bevindt;
  • intallatie in elke toegang de lokalen waar de wapens zich bevinden van gepantserde deuren (vol hout van minstens 4 cm dik of ander materiaal van gelijke sterkte);
  • ramen op de gelijkvloerse verdieping moeten zijn afgeschremd door vergrendelbare rolluiken, of een traliewerk, of gelaagd glas dat aan strenge normen voldoet;
  • de ruimte is uitgerust met een electronisch alarmsysteem.

3. Aanpassingen uitvoeringsKB wapenwet

De belangrijkste voorgestelde aanpassingen zijn:

  • aanpassing procedure / beroepsprocedure erkenningen wapenhandel
  • afschaffing model 8 bij directe uitvoer
  • verplichting formulier van overdracht "model 9" te maken als een vrij verkrijgbaar vuurwapen wordt overgedragen naar een historische of folkloristische vereniging. Er geldt dus geen verplichting om een model 9 op te stellen bij de overdragen van een vrij verkrijgbaar vuurwapen tussen particulieren of tussen erkende personen en particulieren.
  • Afschaffing van de verplichting om jaarlijks een getuigschrift van goed zedelijk gedrag te bezorgen aan de exploitant van de schietstand voor wie houder is van een jachtverlof of een sportschutterslicentie. Deze afschaffing is logisch vermits bij de toekenning van het jachtverlof of de sportschutterslicentie reeds een getuigschrift van goed gedrag en zeden wordt voorgelegd.

Wij blijven dit aandachtig opvolgen en zullen u informeren zodra de ontwerp-besluiten effectief worden aangenomen en in werking treden.

(c) N. Demeyere, 15-06-2008

Terug naar boven