minister Koen Geens bewijst opnieuw onkunde inzake wapenwetgeving

Tijdens de kamercommissie van 16 januari 2019 stelden kamerleden Koenraad De Groote (N-VA) en Raf Terwingen( CD&V) aan de minister van Justitie Koen Geens (CD&V) een vraag over de regeling over laders. Aanleiding was allicht een artikel dat op 11 januari verscheen in "De Tijd" en waarin wij nogmaals uitlegden waarom die regeling over laders zinloos is. Er werd door De Tijd ook vastgesteld dat de regeling zeer eenvoudig te omzeilen is door de laders online te kopen.

U vindt het de vraag en het antwoord van de minister hier.

De minister verantwoordt de nieuwe regeling door te schrijven dat "zonder laders wapens onbruikbaar zijn". Iedereen die ook maar ooit een wapen heeft gehanteerd, weet dat dit klinkklare onzin is. Vooreerst bevatten veel vuurwapens geen laders. Allicht weet de minister niet dat de meeste jachtwapens enkelschotwapens zijn, of repeteervuurwapens met een ingebouwd magazijn.
Voorts kunnen bijna alle semi-automatische en automatische wapens, die doorgaans wel laders hebben, wel degelijk worden afgevuurd zonder lader. Enkel de wapens voorzien van een magazijnveiligheid kunnen dit niet, en het betreft hier een zeer beperkt aantal modellen. Die wapens zijn dus even gevaarlijk met als zonder lader. Er kan immers makkelijk een nieuwe patroon manueel in de kamer geladen worden. Om die reden bevatten wapenwetgevingen ter wereld regels over munitie en vuurwapens zelf, maar niet over laders. Met andere woorden: bijna alle wapens zijn bruikbaar zonder lader. Het zou ons te ver leiden om ook nog te verwijzen naar de veiligheidsregels over vervoer en opslag van wapens. Daar worden, net omdat een wapen zonder lader ook bruikbaar is, nog andere veiligheidsmaatregelen opgelegd dan het verwijderen van de lader (zoals b.v. het plaatsen van trekkerslot of het vervoer in een afgesloten koffer).

De minister weet ook niet dat wij het enige land ter wereld zijn met dergelijke regeling. Derhalve kunnen andere landen, en al zeker niet andere EU lidstaten, gedwongen worden om mee te werken aan de eenzijdige beperking op de vrije handel die door België wordt ingevoerd. Zoals wij eerder schreven, vallen laders immers niet onder de toepassing van de EU vuurwapenrichtlijn waardoor de lidstaten de handel erin niet kunnen beperken. België heeft trouwens ook de in de Europese Unie toepasselijke procedures (nl. melding via de EU Commissie) niet nageleefd bij de invoering van het laderverbod.

De minister beweert ook dat de invoering van de vergunningsplicht voor laders geen bijkomende middelen zal vragen van politie en parketten omdat slechts een beperkt aantal mensen de erkenning aanvroegen. De minister vergeet enkele zaken te vermelden:

  • laderbezit zal mee gecontroleerd moeten worden bij de vijfjaarlijkse controle voor elke wapenbezitter: er zal immers moeten worden nagekeken of een wapenbezitter geen laders voorhanden heeft die niet passen bij de vergunde wapens, of die ook op andere wapens passen. Dit is een automatisch gevolg van de vergunningsplicht voor laders en zal extra tijd vragen bij de vijfjaarlijkse controles.
  • bij zijn Federale Wapendienst werden enkele honderden beroepen ingediend omdat bijna elke erkenningsaanvraag voor lader verzameling werd geweigerd. Zijn dienst heeft hier veel werk mee. Dus minstens daar verhoogt de werkdruk. Ook moet in het kader van de behandelingen van de beroepen het advies gevraagd worden aan politie en parket. Dat kost ook tijd.
  • de echte problemen moeten dus nog beginnen. Veel wapenbezitters hebben de moeite niet gedaan om de erkenning aan te vragen, ook al hebben ze nog wel ergens een lader liggen voor een wapen dat ze niet meer hebben. Dit illegaal lader bezit zal later aan het licht komen zodat daardoor de werklast aanzienlijk zal verhogen.

De minister laat ook deze gelegenheid niet onbenut om aan te tonen dat hij de wapenwet niet zo goed kent. De Belgische wapenwet stelt de aankoop van een lader in het buitenland niet strafbaar, ook als die aankoop in het buitenland gebeurt door een Belg die niet de juiste documenten heeft. Enkel indien de lader terug in België wordt ingevoerd, is het bezit strafbaar. Het antwoord van de minister is dus juridisch onjuist. Van een hoogleraar aan een rechtenfaculteit mag toch enige nauwkeurigheid op dit vlak verwacht worden. Het antwoord is ook tegenstrijdig. De minister verklaart immers dat het laderverbod geen bijkomend werk zal vragen van politie en parket. Anderzijds stelt hij kamerlid Terwingen wel gerust door te zeggen dat wie een lader aankoopt in het buitenland en hier in bezit is ook strafbaar is. Het laten bestraffen van iemand vraagt wel degelijk middelen van politie, parket en magistratuur.

Zoals bekend, werd tegen deze domme maatregel van de minister een beroep ingediend bij het Grondwettelijk Hof. Ook tegen de "amnestieregeling", die dermate op maat geschreven was van sommige groepen waardoor ze een heel beperkt effect heeft, lopen beroepen. Zoals in het verleden hebben wij alle vertrouwen in de rechterlijke instanties die deze zaken onderzoeken.