Minister van Justitie wil bezitters geconverteerde automaten onteigenen

De minister van Justitie heeft een wetsontwerp voorbereid waarin hij uiteenzet hoe de gewijzigde Europese vuurwapenrichtlijn wordt omgezet in Belgisch recht. De belangrijkste impact voor België is dat de geconverteerde automatische wapens (b.v. een FAL die werd omgezet naar een semi automaat) en de schoudervuurwapens die korter kunnen gemaakt worden dan 60cm door een schuif- of klapkolf (b.v. een CZ Evo 3) moeten worden ingedeeld onder de categorie verboden wapens.

Om te vermijden dat de lidstaten de eigenaars van deze wapens zouden moeten vergoeden, laat de EU richtlijn 2 uitzonderingen toe:

  • Personen die lid zijn van een federatie, regelmatig gaan schieten en de wapens gebruiken voor disciplines kunnen nog steeds vergunningen krijgen voor geconverteerde semi-automaten (die o.a. gebruikt worden voor ordonnantieschieten);
  • De wapens die voor 13 juni 2017 (datum van inwerkingtreding van de richtlijn) in het verkeer gebracht werden, kunnen nog steeds vergund worden.

In zijn ontwerp houdt de minister hier geen rekening mee. De uitzondering voor sportschutters is niet voorzien. Ook de uitzondering voor wapens die voor 13 juni 2017 op de markt gebracht worden, is niet voorzien. De minister laat enkel toe dat wie voor 13 juni 2017 een vergunning had voor deze wapens ze ook kan houden maar verbiedt dat deze wapens nog overgedragen kunnen worden. Het is enkel ze mogelijk aan verzamelaars te geven, er afstand van te doen of ze te laten neutraliseren. Voor deze de facto onteigening is geen enkele vergoeding voorzien. Het is in een democratisch regime nooit eerder gezien dat een minister van Justitie tienduizenden wapenbezitters onteigent. Wij vragen dan ook dat de richtlijn volledig wordt omgezet in Belgisch recht en dat de minister ermee ophoudt om enkel selectief sommige punten uit te voeren zonder rekening te houden met het geheel van de richtlijn en het politieke evenwicht (bereikt in besprekingen tussen de Raad, de Commissie en het Parlement) waarop de richtlijn gebaseerd is.

De lange schoudervuurwapens (langer dan 60cm) die door een schuif- of klapkolf korter dan 60cm gemaakt kunnen worden en dan nog functioneel zijn, kunnen na 13 juni 2017 niet meer vergund worden, ook niet voor sportschutters. De EU richtlijn laat de lidstaten niet toe om hier nog een uitzondering toe te kennen. Wie dergelijk wapen kocht na 13 juni 2017 (en daar dus ook een vergunning voor kreeg), zal de kolf moeten vastzetten zodat de lengte van het wapen niet meer onder de 60cm gebracht kan worden.

De EU richtlijn verplicht de lidstaten er ook toe om minstens om de vijf jaar wapenbezitters op te volgen. Deze monitoring moet ook een medische controle omvatten. Het is nu zo dat vergunninghouders bij de vijfjaarlijkse controle een medisch attest moeten voorleggen. Die verplichting wordt nu, conform de richtlijn, uitgebreid voor jagers en sportschutters. Vermits de houders van een sportschutterslicentie reeds om de 5 jaar een medisch attest moeten voorleggen, is de nieuwe verplichting enkel van toepassing op jagers.