problematische rechtspositie proefbank in Luik

Wij vernemen dat de proefbank te Luik systematisch overgaat tot inbeslagname van automatische wapens of van automatische wapens die geconverteerd worden tot semi automatische wapens.

Ook wordt geweigerd om automatische wapens te converteren naar semi-automatische wapens. De aanvrager dient zijn wapen achter te laten en krijgt dan de vage boodschap dat zijn wapen niet zal geconverteerd worden. Het wapen wordt ook niet teruggegeven. Er wordt ook geen PV gemaakt waardoor er een soort "de facto" in beslag gebeurt zonder dat daarbij de geijkte procedure gevolgd wordt.

De nieuwe directeur van de proefbank overtreedt op die manier de wapenwet door een illegale omzendbrief van 21 mei 2013 toe te passen. In deze omzendbrief wordt het volgende gezegd:

  • Wapens die opnieuw geconverteerd kunnen worden tot automatische wapens zijn verboden. Dit staat niet in de wapenwet. Art. 3, §1, 15° wapenwet verbiedt de automatische wapens of de hulpstukken die een wapen automatisch kunnen laten schieten. Art. 8 wapenwet verbiedt het vervaardigen van verboden wapens. Het bezit van een semi-automatisch wapen dat tot automatisch wapen kan worden omgevormd is niet verboden. Enkel het bezit van de hulpstukken om automatisch te schieten en het omvormen zelf zijn verboden. Uiteraard is het bezit van het automatisch wapen na conversie ook verboden. In de betrokken omzendbrief staat echter dat tot halfautomatische vuurwapens omgebouwde verboden volautomatische vuurwapens worden alleen als vergunningsplichtig beschouwd, mits er voldaan is aan de nodige garanties dat de uitgevoerde operaties onomkeerbaar zijn, zodat het wapen later niet meer opnieuw kan worden omgebouwd tot een volautomatisch wapen". Deze bepaling kent geen wettelijke grondslag.
  • de vereiste dat de wapens "onomkeerbaar" moeten worden omgebouwd is enkel voorzien in art. 45, §2 van de wapenwet en was van toepassing in de overgangsperiode. De wet zelf zegt niets over automaten die na deze datum worden omgebouwd tot semi automaten. Dit is een belangrijke lacune. Na 1 november 2008 is het immers perfect mogelijk om in het buitenland aan automatisch wapen te kopen, het daar te laten converteren naar een semi automatisch wapen om het dan in te voeren in België. Bij de invoer is er voldoende controle vermits een invoervergunning nodig is en ook een erkenning of vergunning voor het wapen vereist is. Deze documenten worden door de gewesten en de gouverneurs enkel afgegeven indien het wapen semi-automatisch vuurt.
  • In genoemde circulaire wordt een nieuwe proefstempel "SA" ingevoerd. Het invoeren van proefstempels moet echter bij KB gebeuren dat genomen wordt door de minister economie. De minister van justitie is onbevoegd, en kan dit zeker niet bij circulaire doen.

Nu deze door de circulaire ingevoerde illegale praktijken ook worden uitgevoerd door de nieuwe directeur van de proefbank (die zich gesteund voelt door de illegale circulaire), raden wij aan om nooit nog automatische vuurwapens aan te bieden aan de proefbank zolang dit probleem niet is opgelost.

De proefbank is klantonvriendelijk, bediening in het Nederlands is uitzonderlijk (enkel de directeur schrijft en spreekt het een beetje), stabiliteit van de dienst is er door de vele werkonderbrekingen niet evident en bovendien is de instelling een anachronisme in de huidige juridische context. Zo betaalt de proefbank geen vennootschapsbelasting en heeft ze een feitelijk monopolie. Het is immers niet mogelijk kom andere proefbanken op te richten in het land. Reeds een vijftal jaren belooft de FOD Economie dat er een antenne in Vlaanderen zou komen, maar deze belofte is ondertussen wat ongeloofwaardig geworden. Wij pleiten dan ook voor een fundamentele aanpassing van de proefbankwet waarbij de FOD Economie met een systeem van machtigingen werkt zoals b.v. het geval is voor de keuringscentra voor motorvoertuigen. Op die manier kunnen diverse proefbanken worden opgericht die dan strikt volgens de in de wet bepaalde regels moeten werken en die onder toezicht staan van de overheid. Wij zien niet in waarom dergelijke taak nu enkel wordt toevertrouwd aan een in 1888 opgerichte instelling die bestuurd wordt door de Luikse wapenmakers.

Voort overtreedt de proefbank ook bij voortduur de nieuwe Europese verordening rond neutralisatie van wapens. In de verordening is immers voorzien dat de neutralisatie en het toezicht op de correcte uitvoering daarvan dient te gebeuren door verschillende instellingen. Als dit toch door dezelfde instelling gebeurt, dan dienen er voldoende interne mechanismen te bestaan om te vermijden dat beide taken samen worden uitgevoerd. Vergelijk b.v. met een garagist die ook autokeuring zou kunnen uitvoeren...

Door de huidige regeling van de proefbank is België in overtreding met deze verordening:

  • de proefbankwet en het reglement voorzien dat het personeel onder toezicht en gezag van de directeur vallen. De directeur, die de attesten tekent, is dus verantwoordelijk voor het personeel dat de neutralisatie uitvoert
  • de directeur is bevoegd om instructies te geven aan het personeel
  • vanuit economisch oogpunt heeft de directeur een belangrijke incentive om de zelf uitgevoerde neutralisaties goed te keuren: indien hij die zou afkeuren, dan draagt zijn instelling zelf de extra kost. Deze kost wordt niet doorgerekend aan de overheid (vermits de proefbankwet zegt dat de proefbank zelfbedruipend moet zijn) of aan de wapenbezitter (die een vaste bij KB vastgelegde prijs betaalt)
  • De proefbank wordt bestuurd door de burgemeester van Luik en zes door de Belgische wapenfabrikanten aangeduide "wapenmeesters". Op die manier heeft de industrie dus ook invloed op dit proces. De verordening eist een overheidsinstantie het certificaat afgeeft. Hoewel de proefbank in de wapenwet enkele opdrachten krijgt van algemeen belang (zoals nummeren van wapens), de directeur ervan een wedde moet krijgen die gelijk is aan die van een directeur bij de FOD Economie, de tarieven bij KB worden vastgesteld en de directeur ook de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie heeft, stel zich de vraag of dit in een Europese context voldoende is om van een overheidsinstelling te spreken.
  • Niet onbelangrijk in een Europese context bevat de proefbankwet ook nog een discriminatie op vlak van nationaliteit (enkel Belgen kunnen wapenmeester worden) en een belemmering van de vrijheid van personen en goederen (enkel wie wapens van Belgische makelij aanbiedt kan wapenmeester worden).

Na bijna 120 jaar, de invoering van vennootschapsrecht, consumentenrecht, inkomstenbelastingen, BTW, taalwetgeving, de federale staat België en de Europese Unie wordt het dus hoog tijd om de organisatie van een proefbank, de taken ervan en de werking in lijn te brengen met het wetgevend kader. In deze optiek zou het ons verwonderen dat een eentalige proefbank voorgezeten door de burgemeester van Luik en bestuurd door Belgen die er veel in België gemaakte wapens binnenbrengen conform zou zijn.